De Bel

Zondag 18 maart 2007

"Ding Dong" De bel gaat, zeker de 10e keer vandaag. Dat is vreemd. Ik zit in een auto. Onderweg naar een dorp in de buurt van München, onze eerste tussenstop op weg naar Montenegro. Dáár, in de Zwarte Bergen, begint over 3 dagen mijn allereerste etappekoers.
We rijden het hele eind met de auto. Meer dan 2000 kilometer die ik, bij gebrek aan rijbewijs, als passagier door moet brengen. Deze tijd zou ik natuurlijk nuttig kunnen besteden, door te slapen, of te leren voor het aankomende tentamen. Helaas ben ik niet zo goed in het nuttig besteden van dergelijke reistijd, met als gevolg dat ik mijn tijd doorbreng met het lastig vallen van mijn medereizigers met hele slechte grappen en andere nutteloze opmerkingen. En met smsen. Smsen vanuit het buitenland is goedkoper dan bellen. Mijzelf hiermee voor de gek houdend stuur ik tientallen tekstberichten vanaf een regenachtige Duitse Autobahn, richting het al even regenachtige Nederland. Het ene berichtje bevat nog minder zinnige informatie dan het andere. Gelukkig zijn sommige mensen uit mijn telefoonlijst zo beleefd om mij een berichtje terug te sturen. Het binnenkomen van deze smsjes wordt steevast door mijn telefoon aangekondigd met het geluid van een deurbel. Nog iets voor mijn medereizigers om zich aan te ergeren.
Om de inhoud van dergelijke correspondenties te schetsen, de nu volgende begon reeds in Nederland:
"Hoihoi. Ik ben inmiddels onderweg. Heb je nog tips tegen de verveling?"
"Bomen tellen! ;-)" luidde het korte maar krachtige antwoord.
Enkele uren later, halverwege het Schwarzwald, stuurde ik terug: "Bij ongeveer 3652806 raakte ik de tel kwijt. Nu zie ik door de bomen het bos niet meer"
"Haha, best veel bomen"
Het lezen van dit laatste berichtje was ongeveer het moment dat ik mij voornam om hoe dan ook prijs te rijden in Montenegro. Niet eens zozeer om het feit dat je daar toch al die uren voor traint, maar vooral omdat er deze maand wel eens een ongemeen hoge telefoonrekening op de mat kan vallen.


Oktober

Maandag 19 maart

In het schilderachtige Beierse dorpje Altomünster, waar Victor, de broer van mijn ploeggenoot-voor-Montenegro Boudewijn, woont, hebben wij onze eerste nacht doorgebracht. Helaas heeft deze broer geen enorm groot huis, dus waren wij verplicht de nacht door te brengen in de enige slaapgelegenheid die het dorpje rijk is. "Brauereigashof Maierbräu", een combinatie van restaurant, hotel en bierbrouwerij.
Deze combinatie is tamelijk ver doorgevoerd. "Braumeister steak, Schweinerücken eingelegt mit in Weißbier gedünsteten Zwiebelringen und Berner Rösti" is één van de maaltijden die je 's avonds eten kan. Uiteraard met een "Maierbräu Weiße" of een "Maierbräu Dunkel", slechts verkrijgbaar in een halve of een hele liter variant. Deze maaltijd wordt geserveerd aan lange stevige tafels, met nog langere houten banken ernaast. De blonde vrouwelijke bediening, in Beierse klederdracht waar een flinke voorgevel uitpuilt, verwelkomt je met een welgemeend "GrüssGott" en luistert naar namen als Heidi en Gretl. Je hoeft geen liters bier te drinken om je Oktoberfest taferelen voor te kunnen stellen. Het gehele onderkomen ademt Maierbräu Bier.
Fruhstuck wordt aan dezelfde tafels geserveerd. Nu zonder bier, maar onze oosterburen weten ook wel wat ze met eten aanmoeten. Honger leiden is er niet bij, integendeel! Van gekkigheid weet je niet meer met welke soorten vlees je je brood moet beleggen, zoveel keus als er is.
Bij het verlaten van het "Brauereigasthof" staan we op het kerkplein. Een typische Beierse kerk, met zo'n uivormige koepel, staat ons bij het inladen onder een lentezonnetje tegemoet te stralen. We prijzen ons gelukkig dat we nou net in dit idyllische plaatsje de nacht door hebben mogen brengen.
Ten onrechte, zo blijkt bij het tijdelijk voortzetten van onze reis, over de binnenwegen van Beieren. Het gebied bevat nog vele van dit soort dorpjes, de één nog schilderachtiger dan de ander.
Onder Ton van Duijvenbode stond Oktober voor de SwABo renners altijd in het teken van drank en vrouwen. Dit in het kader van de broodnodige ontspanning na een lang en slopend wielerseizoen. Om deze maand echt goed tot zijn recht te laten komen moet je toch echt daar in Beieren zijn. Schalks kijkende, rondborstige blondines, die met liters bier rondsjouwen, dat is toch het toppunt van oktober! En het is nota bene pas maart…


Ploegleiderswagen

Dinsdag 20 maart

"Team ProfiLine", daarvan ben ik gastrenner in Montenegro. Boudewijn heeft de contacten gelegd. Hij kende ze van eerdere uitstapjes naar Slowakije en Griekenland. Of tenminste, "die ouwe man met die bus". Aan die bus herkenden we het huis in Rosenau waar afgesproken is. Nou ja, huis, dat is misschien wat veel eer. Tussen een aantal mooie grote losstaande huizen staat een soort loods, met allerhande bouwmaterialen op het erf. Dit ligt voor het grootste deel onder twee zelfgebouwde overkappingen. Daarnaast staan er nog enkele containers op het erf. In één hiervan moeten we onze ProfiLine kleding passen. Het is een soort vervoerbare badkamer. Het wordt ons steeds meer duidelijk dat we, naast een meerdaagse koers, een avontuur tegemoet gaan.
Een van de muren van het huis is opgetrokken uit feloranje isolatiestenen. Blijkbaar zijn Benno sr. en Benno jr. bezig met een verbouwing. Hoewel het ook zou kunnen dat die muur er puur voor isolatiedoeleinden staat. Het staat in ieder geval in schril contrast met de omliggende huizen, stuk voor stuk piekfijn in orde. De Benno's geven niet zoveel om uiterlijk vertoon. Ploegleiders in boswachterskleding en de saaiste koerskleding die in het peloton rondrijdt: donkerblauw met witte letters. Dat is weer eens wat anders dan een doorsnee Italiaanse wielerploeg.
Het liefst had Benno sr. zijn 2e en jongste zoon eveneens Benno genoemd, maar daar stak men op het gemeentehuis een stokje voor. Dan maar Alexander, inmiddels 12 jaar.
De bus is een verhaal op zich waard. Een van de banken is er uitgeschroefd en is nu te vinden in de grote schuur onder het huis, samen met een heleboel grote planten, verschillende fietsen, fietsonderdelen en gereedschappen en allerhande onverklaarbare spullen. In plaats van deze bank staat er nu een zelfgetimmerd stapelbed achterin de bus. 2 man kan beneden slapen, 1 man boven, en nog 1 op de overgebleven bank. Om op de benedenverdieping van het stapelbed te komen moet de bankleuning naar beneden worden geklapt. Mensen met claustrofobie maken hier benauwde tijden door. Mensen, met of zonder claustrofobie, die wakker worden en rechtop gaan zitten in een van de twee bedverdiepingen stoten zonder uitzondering hun hoofd.
De buitenkant van de bus wordt versierd door stickers van door ProfiLine gereden wielerkoersen. "Tour d'Alsace 2005" "Tour de Macedonia" "31. Tour de Hongrie" zijn in voor ons leesbare letters geschreven. De Ronde van Griekenland en stickers van Russische koersen zijn met, voor ons, vreemde leestekens aangeduid. De bus heeft al een hoop van de wereld gezien!
Dit is de enige wagen die meegaat naar Montenegro. Ons vermoeden dat de organisatie voor een ploegleiderswagen zal zorgen blijkt onterecht. Deze bus, die slechts met wind mee 100 km/u haalt, zal in de karavaan meerijden. Speciaal voor dit doeleinde is er voorin een houten stellage gemaakt, voor de kruiken. Ideaal is dit zeker niet, zelf bij een gunstige loting, of een stand vooraan in het klassement, zal de bus achter alle normale ploegleiderswagens plaats moeten nemen. De organisator stelt wel wagens ter beschikking die als ploegleiderswagen dienst kunnen doen. Maar de Albanezen die deze besturen willen ze nog wel eens in de prak rijden, tijdens de koers. Ook niet ideaal.
We twijfelen of de bus het aan zal kunnen, maar deze twijfel wordt 's nachts weggenomen. "Die Ouwe" (Der Alte) rijdt door de sneeuw met een snelheid waarvan wij ons afvragen of het nog veilig is. Het zou toch vervelend zijn als de koers voor ons al 36 uur voor de start erop zit. Benno jr. stelt ons echter gerust. Tussen de verhalen, over zijn succesvolle verleden als tandemrijder, door, vertelt hij ons dat er "Neue Winterreifen" onder de bus zitten. Bovendien is het grootste deel van de rit Schonau - Montenegro "immer gerade aus".
Met een zucht van verlichting trek ik de slaapzak nog eens lekker over me heen, sluit ik mijn ogen, draai me nog één keer om. En met een harde "Bonk" val ik van de bank op de grond.


Vlak

Woensdag 21 maart - 1e etappe Paths of King Nikola

Benno en Benno komen uit Beieren. In dit hooggelegen Zuid-Duitse heuvelgebied hebben de beken door de jaren heen tijd gehad zich flink in te snijden. Het resultaat: geen meter vlak. Of tenminste, vlak volgens Hollandse maatstaven. Waar dijken en viaducten als serieuze klimmen worden beschouwd. Waar, bij volledig gebrek aan reliëf, de wind en forsgebouwde medewielrenners de grootste concurrenten vormen. In Beieren beschouwen ze hun heuvelachtige land echter als vlak. Geen wonder, in het zuiden liggen échte bergen, namelijk de Alpen, met hun (nu nog) besneeuwde toppen, te blinken in de zon. Als de Benno's ons komen inlichten over de 1e etappe hebben ze het op de 2 bergsprintjes na over een "ganz flach" parcours. Hun vragend naar het toch bijzonder gekarteld uitziende hoogteprofiel zeggen ze dat het geen naam mag hebben, daar is het allemaal niet hoog en steil genoeg voor. Dus sta je aan de start, in een peloton waar je met slechts 2 renners je moedertaal kunt spreken, in de veronderstelling dat je een bijna volledig vlakke rit moet rijden. Met deze rit in de benen kan ik u verzekeren, er is geen meter vlak rond de Baai van Kotor, en de Montenegrijnse kustweg gaat ook constant op en af. Het is een verschrikking, als je een soort Ronde van Zuid-Holland verwacht. Het lijkt zelfs niet op Spaans plat! Dit kwam mij zeer rauw op mijn dak. Zo rauw dat ik mij rond halfkoers helemaal achterin het peloton bevond, met meer pijn in de benen dan mij lief was, in de makkelijkste etappe van deze rittenkoers. Benno en Benno verwensend zat ik op mijn fiets. De Montenegrijnse wegenbouwers vervloekend keek ik achterom. Een groot gat lag achter mij. Ik besloot dat ik maar beter op mijzelf kon schelden. Dit had meer effect. De laatste honderden meters van dit heuveltje hield ik met hangen en wurgen het laatste wiel. Om me vervolgens met enige moeite naar een plaats in het peloton te knokken waar ik mij liever bevind. Namelijk, van voren! Van voren rijden heeft vele voordelen. Je ziet wat er aan gaat komen en kan je daarop voorbereiden, als je een wiel niet kan houden zak je wat af en pik je opnieuw in zonder te lossen. Maar in Montenegro komt daar nog een heel groot voordeel bij. Je hebt minder renners voor je in de onverlichte tunnels. De eerste tunnel van de wedstrijd ree ik kort achter de grote groep in. Ik moest vervolgens vol in de ankers, er was een valpartij en over de volle breedte van de weg lagen renners op de grond. Boudewijn was voorin de groep met de schrik vrijgekomen. Maar de rest van de week neemt hij met samengeknepen billen de tunnels die ons nog te wachten staan. Geen wonder, bij het horen van het huiveringwekkende geschreeuw van enkele gevallen renners. Met het handhaven van mijn plaats voorin de groep kwam de finish steeds dichter bij. Met een finishstrook die valsplat omhoog liep. Vergelijkbaar met de aankomst in de Ronde van Zuid-Holland dus. Dáár, in Kijkduin, had ik mijn kansen vergooid door de sprint te vroeg aan te gaan. Dat zou me nu niet opnieuw gebeuren! Ik zorgde dat ik van voren zat in de laatste kilometers. Of tenminste, ik probeerde daarvoor te zorgen. Dat was verrekte moeilijk, want ik bevond mij tussen een kudde op hol geslagen Oostblokkers, die de finish roken. Dergelijke lui kijken nergens naar en remmen nergens voor. Het is een godswonder dat er geen ongelukken zijn gebeurd in die laatste kilometers. Al met al hield ik me in dit geweld nog redelijk staande. Lang wachtend met daadwerkelijk sprinten leverde mij een 10e plaats in de groepssprint op. Er waren 2 tweetallen, van telkens 2 ploeggenoten, voor de groep gefinisht, dus een 14e plaats was mijn deel. Niet slecht, gezien het feit dat ik bijna gelost was geweest. Mij geen illusies makend over eventuele "vlakke ritten" die nog voor de deur stonden, poetste ik mijn fiets, at ik mijn broodnodige eten, soigneerde mijzelf, en zocht mijn bed op voor de welverdiende nachtrust. Nog 3 ritten te gaan!


Trui

Donderdag 22 maart - 2e etappe Paths of King Nikola

Eén van de charmes van een meerdaagse wielerwedstrijd is dat er truien te verdienen zijn. Leiderstruien in verschillende categorieën. Zo'n trui geeft status in het peloton, je bent immers op één van de onderdelen beter dan de rest van het peloton. Voor de groene puntentrui wordt volop gespurt bij tussensprints, aan het eind van iedere berg waar punten op de top te verdienen zijn wordt vol overgave gedemarreerd, om de bolletjestrui in de wacht te slepen. De gele leiderstrui is waar het uiteindelijk allemaal om draait, met dit kleinood om de schouders kun je pas echt eeuwige roem vergaren. En dan is er nog een trui waar slechts de deelnemende beloften voor in aanmerking komen. De blauwe jongerentrui. Het scheelde slechts een haar, of ik mocht deze vandaag om mijn schouders dragen. Ik was gisteren 14e, de huidige leider in het jongerenklassement 13e… Het is een dunne lijn tussen gehuldigd worden bij de start van etappe 2 en tenminste één dag de blauwe trui om je schouders mogen dragen. Of anoniem en roemloos meefietsen. De etappe gaat van start, voor mij ietwat gespannen. Vandaag maak ik voor het eerst kennis met koersen in de bergen. Na 64 km moeten we een klim over 17 km, met 840 hoogtemeters. Een gemiddelde van 5% dus. Hierop volgt na 153 km nog een iets steilere klim over 11 km en 570 hoogtemeters. Met nog een valsplatte uitloper van 3 km. Totaal telt de etappe 195 km. Dat wordt aanpoten! Onder een stralende zon wordt er in het begin aardig wat afgeschermutseld. Grote groepen rijden weg en worden even vlug weer teruggepakt. Uiteindelijk krijgt een duo wél de zegen van het peloton. Vanaf dit moment keert de vrede weer en gebeurt er in de kilometers tot de voet van de eerste klim weinig bijzonders. Het zonnetje blijft schijnen en de route voert ons in tegengestelde richting over dezelfde geaccidenteerde kustweg als gisteren. De berg die we over moeten is ons minder gunstig gestemd. Zodra de klim begint wakkert de wind aan en beginnen de druppels op ons neer te vallen. Met het verder stijgen van de weg worden er meer en meer mannen afgereden. En worden de druppels kouder. En kouder. En kouder. Terwijl ik Boudewijn erop wijs dat de drager van de blauwe jongerentrui na kilometers klimmen moeite heeft met het vinden van zijn linker remschakelhendel ("Die lul rijdt op zijn buitenblad") gaan de druppels over in vlokken. Koude vlokken. Sneeuwvlokken. Om ons heen trekken renners regenjackies aan. Ik geef ze geen ongelijk. Zonder jackie vormt zich op je armen, benen, schoenen, helm en schouders een laagje sneeuw. Eenzelfde laagje als op de weg ligt, waarin onze dunne bandjes sporen trekken. Ik moet denken aan "Il Uomo di Gavia". Johan van der Velde die in de Giro d'Italia van 1988 in zomershirtje en korte broek als eerste de top van de Passo di Gavia bereikte, maar niet over goede kleding beschikte om zich tegen de kou in de afdaling te beschermen. Ik ben vandaag eveneens zo stom geweest om dergelijke kleding niet mee te nemen. Terwijl mannen om mij heen op de top hun jackie aantrekken, voor zover ze die nog niet aanhadden, besluit ik dat er maar één ding op zit. Zo snel mogelijk naar beneden fietsen. Ten eerste omdat het beneden warmer is dan boven, ten tweede omdat je lichaam bij hard fietsen meer warmte produceert dan bij langzaam fietsen. En dat is hard nodig ook! De uiteinden van je lichaam krijgen altijd het eerst te maken met een afname in de doorbloeding. Zo ook vandaag. Het begint met mijn voeten die in ijsklompen veranderen. Vervolgens neemt ook het gevoel in mijn handen steeds verder af. Dit moet niet veel verder gaan, dan kan ik straks niet meer remmen en sturen. Twee vrij elementaire vaardigheden tijdens een afdaling! Niet gedacht dat ik ooit nog eens blij zou zijn als een afdaling onderbroken werd door een stukje klimmen. Vandaag is dat toch echt het geval! Klimmen betekent een hoger energieverbruik dan afdalen, dus een kans voor mijn lichaam om weer enigszins op te warmen. Dit is hard nodig ook! Ik zwalk over de weg met 2 gevoelloze stompjes in mijn schoenen. Om mij heen wordt er nog een hele hoop gezwalkt. Maar wel een stuk minder dan voor het hoogste punt. Vreemd. Normaal komen er altijd renners terug aansluiten in de afdaling, nu lijken er een heleboel afgereden. Om hier lang over na te denken heb ik geen tijd, de afdaling gaat verder. De sneeuw gaat over in natte sneeuw. De natte sneeuw verandert in regen. Water van zo'n 2ºC voelt aan als een warme douche. Het wordt zelfs droog en ik kijk eens om mij heen. Zo'n 30 man zijn over, stuk voor stuk met een regenjack aan. Behalve ik. Dit zou me nog wel eens op kunnen gaan breken, ben ik bang. Maar voorlopig zit ik in de eerste groep, dus blijven eten en zorgen dat ik weer een beetje warm word is het enige dat ik kan doen. Op het vlakke stuk tussen de 2 bergen, door de Montenegrijnse hoofdstad Podgorica wordt er in de groep opnieuw een hoop geschermutseld. Vrolijk doe ik hieraan mee. Helaas niet op de juiste momenten. 2 groepen rijden weg en ik blijf met een man of 15 over. Bij het buitenrijden van de hoofdstad draaien we rond en rijden we een nieuwe regenbui in. Mijn lichaam is nog altijd niet opgewarmd en ik besluit dat de tijd gekomen is hier iets aan te doen. Ik laat mij uitzakken en vraag bij een willekeurige ploegleiderswagen in de tamelijk lange karavaan om een regenjack. In de wagen zitten renners die afgestapt is. Eén van hen trekt zijn jack uit en geeft het aan mij. In feite zitten in alle wagens renners. De koersradio heeft gemeld dat er 80 renners afgestapt zijn tijdens die koude afdaling. Dit is lichtelijk overdreven, maar 66 van de 98 renners die in de remmen geknepen hebben, bevangen door de kou, is een flink aantal. Het heeft inderdaad iets weg van de uiteindelijk door Erik Breukink gewonnen Giro etappe uit 1988. Bij de renners die als eerste de top bereikten vandaag zat de drager van de bergtrui. Mij wordt verteld dat hij van zijn fiets getild is, hij kon zelf niet meer afstappen. Een trui is blijkbaar nergens een garantie voor. Evenals een regenjack, hele volksstammen die hierover wél de beschikking hadden hebben er eveneens de brui aangegeven. Toch besluit ik bij deze nooit meer als ik bergop en -af rijden moet zonder bescherming tegen de kou hieraan te beginnen. Helaas is het kwaad al geschied. Mijn lichaam heeft veel energie gestoken in het tegengaan van bevriezing. Energie die ik op de 2e klim goed had kunnen gebruiken. De kracht in mijn benen is beperkt en ik word keihard gelost uit de groep. Ik ben overigens niet de eerste renner die moet lossen tijdens de klim. Wel de enige die geen gebruik maakt van de mogelijkheid om aan de meerijdende auto's te gaan hangen, om zo boven te komen. Ik ben niet 2000km gereisd om aan een wagen te gaan hangen, dat kan in Nederland net zo goed. Langzaam maar zeker zie ik wagens en bussen, met renners die deurklinken vasthouden, uit het zicht verdwijnen. Mijn verlies blijft bepaald niet beperkt. Zeker als steeds dichter bij de top de krachten uit mijn benen vloeien door een gebrek brandstoffen, het gebrek aan eten breekt mij nu onherroepelijk op. Op de top kom ik er achter dat ik niet de laatste renner in koers ben. Er komen mij 2 renners voorbijgereden. Met hen rij ik naar beneden en gedrieën zetten we koers richting finish. Onderweg naar finishplaats Bar worden we nog bijgehaald door 4 andere renners. Uiteindelijk bollen we op 22 minuten van de winnaar over de meet. Ik met gemengde gevoelens. Prachtprestatie natuurlijk, dat ik überhaupt de finish gehaald heb. Maar er had nog meer ingezeten. Mét regenjack, meer eten, of zonder tegenstanders die zich voort hadden laten slepen. Hoe dan ook, voor één van de truien van de verschillende klassementen kom ik voorlopig niet meer in aanmerking. In het jongerenklassement sta ik inmiddels 19 minuten achter, in het algemeen klassement zelfs 25. Met 2 punten sta ik 51 punten achter de leider in het puntenklassement. Voor de bergtrui heb ik zelfs nog helemaal geen punten gesprokkeld. Had ik toch gisteren wat harder moeten spurten…


Weer

Vrijdag 23 maart - 3e etappe Paths of King Nikola

Vooraf verheugde ik mij op deze rittenkoers. Op de verschillende weersites op internet stonden mooie ronde zonnetjes en temperaturen die de 20 aantikten. Sinds mijn terugkomst van trainingskamp Mallorca hadden al verschillende mensen mij, doorgaans met enige jaloezie in de stem, verteld dat ik toch wel enorm bruin was. Dit leek in Montenegro nog een tintje donkerder te gaan worden. Leek, ja. Mijn zomerse stemming werd op de heenreis reeds flink getemperd door de berichten dat het flink kouder, en verre van zonnig zou zijn. Vooral vanwege het feit dat ik hier met het uitkiezen van kleding weinig rekening mee gehouden had. Maar goed, eerst zien, dan geloven! Bij aankomst in Montenegro geloofde ik het inderdaad al gauw. De dag voor de koers hebben we volledig in het hotel doorgebracht, omdat het water buiten met bakken uit de hemel kwam. Iedere keer dat we uit het raam keken leek het water in de Baai van Kotor een stukje hoger te staan. Wij hebben geen hometrainers of rollenbanken bij ons, dus als we wilden losfietsen voor de koers moesten we dat buiten in de regen doen. Dat leek Dave, Boudewijn en mij weinig aanlokkelijk, dus stonden we de eerste dag met enigszins stramme benen aan de start. Rond de start van de rittenkoers was een hele ceremonie met cheerleaders, mensen in klederdracht en bobo's. Vooral veel bobo's, Montenegro is een land waar een sterke hiërarchie aanwezig is, het is altijd wel duidelijk wie de baas is. De ceremonie begon in een heerlijk zonnetje. Deze zon scheen echter door een gat in de wolken, en doordat de ceremonie tamelijk lang duurde waren de wolken ten tijde van het startschot inmiddels voor de zon geschoven, en vielen er dikke druppels uit, over het peloton. Dit was een voorbode van het verloop van de rest van de week. Het verhaal van gisteren, 66 renners die afstappen, bevangen door de kou, is hier slechts één episode in. Een episode die door de organisatie en jury deels teruggedraaid is. De afgestapte renners mogen vandaag weer gewoon van start. Met 20 minuten achterstand in het klassement op de laatst uitrijder van gisteren. Ik heb hier gemengde gevoelens bij. Deze renners hebben gisteren 110 km minder gereden dan de 32 "mannen met kloten". Ze zijn dus een stuk frisser. Over frisser gesproken, de start van rit 3, vindt plaats in kuststadje Bar. Onder een warm zonnetje. De rit voert naar Nikšic, dat op 600m boven zeenivo in een bergkom ligt. Hier is gisteren een meter sneeuw gevallen en de stroomvoorziening heeft het hierbij begeven. Niet echt aanlokkelijk. Bij de start blijkt dat enkele ploegen het niet eens waren met de beslissing dat de afstappers gewoon weer van start mogen gaan vandaag. De sterkste ploeg die deelneemt, Perutnina-Ptuj uit Slovenië, waar de leider voor rijdt, heeft zelfs gedreigd uit de koers te stappen als er geen verdere sancties aan het afstappen verbonden zijn. De jury heeft zich dit aangetrokken, met als gevolg, mijn allereerste handicaprace. Samen met de overige 31 uitrijders van gisteren start ik. 10 minuten later gaan de afstappers van start. Dat is beter. Gewapend met een regenjack begint de koers over 138 km. Al in de eerste 5 hiervan rijdt een tweetal renners weg, waarvan we de ene pas op 20km voor de finish weer terugzien. De ander zelfs pas op het podium. Wij rijden de rit in een constant tempo, onder aanvoering van de toch gestarte Perutnina renners. Op de 2 klimmen wordt er flink doorgereden, maar vrijwel niemand hoeft er af. Vanaf 12km van de meet rijden we tussen besneeuwde bergflanken. Met nog 6km te gaan rijden we en tunnel van meer dan een kilometer lang uit, de bergkom in. Sneeuw zover als het oog reikt. Behalve op de weg voor ons. Die ligt vol met plassen smeltwater. In de voorbereiding op de sprint om de tweede plaats wordt er weinig rekening met elkaar gehouden. Dit zorgt voor een hoop opspattend smeltwater. Als ik niet meegemaakt had wat ik gisteren heb meegemaakt heb zou ik waarschijnlijk van enorme kou spreken. Nu niet. Water is namelijk minimaal 0°C. In de chaos van de sprint weet ik me niet goed te handhaven. Ik word 17e. Bij het passeren van de meet hoor ik een speaker door de boxen nog eens vertellen over gisteren. Dat ik één van de 32 dapperen ben die de finish van die helletocht bereikt hebben. Dit kan maar één ding betekenen. Inmiddels doet de stroom het weer. Het klassement ligt inmiddels in een duidelijke plooi. De renners die 10 minuten later van start gegaan zijn hebben er, op een enkeling waaronder Dave en Boudewijn na, een wandeletappe van gemaakt. De eerste groep staat binnen 36 minuten in het klassement, de tweede groep op minimaal 1u13. Uiteindelijk toch een mooie oplossing, die handicaprace! Eenmaal in het hotel blijkt naast de stroom ook het warme water het te doen! Alleen de verwarming niet. Gelukkig heeft mijn ploeg- en kamergenoot uit Servië, Mladen Mirkovic, hier rekening meegehouden. Zijn luchtverwarmer dampt het smeltwater uit onze kleding en schoenen, en zorgt voor een aangename temperatuur op onze kamer. Maar niet in het restaurant. In een dikke winterjas eten wij ons bord leeg. Met ieder hap wordt het eten kouder. Dus nemen wij niet uitgebreid tijd om van het uitzicht van het restaurant te genieten, een dik pak sneeuw dat op straat ligt, maar eten ons bord in recordtempo leeg en keren weer gauw terug naar onze warme kamer. In het hotel is een computer met internet en ik besluit, met jas aan en muts op, mijn mail te checken. In het voorbijgaan kijk ik nog even naar de vooruitzichten van het weer. Morgen laatste etappe. Deze zal opnieuw voor een deel in de regen verreden worden. En we gaan klimmen naar 1200m, op die hoogte zal het niet alleen bij regen blijven. Vanaf zondag gaat het opklaren, en tegen de tijd dat we terug zijn in Nederland zal het weer meer dan 15°C en zonnig zijn. Alsof de duivel ermee speelt.


Meer

Zaterdag 24 maart - 4e en laatste etappe Paths of King Nikola

Vandaag slotrit. Het zit er bijna op, maar eerst moeten we nog 2 bergen over. Waaronder het dak van de koers, de klim in 2 schijfjes naar Krstac en Bukovica, op 1200m. Hierna is er nog 16km te rijden naar de laatste finish. Totaal af te leggen: 181km. Het begint gezapig, met een geleidelijke afdaling van 30km. Iedereen is blij dat het bijna over is. En dat het niet opnieuw regent. Dit is echter niet van lange duur. Bij het uitrijden van hoofdstad Podgorica kleurt de lucht donkergrijs. Het peloton hapert. Vele ploegen willen stoppen. Niet nog meer in de regen fietsen. Het ziet er niet naar uit dat het een kortdurende bui is, dus het zou best eens zo kunnen zijn dat het op de top van de eerste klim sneeuwt. Perutnina, de ploeg van de leider wakkert dit gerucht aan en hierdoor lijkt een staking op handen. Geen wonder, die mannen hebben dan wel heel gemakkelijk gewonnen spel. Scheelt weer 2 bergen, waarop nog een hoop mis kan gaan. Er wordt al hier en daar in de remmen geknepen. Maar 2 ploegen zijn het er niet mee eens. Het begint te regenen. Op 2 fronten. De regendruppels uit de hemel worden almaar dikker. De regen van aanvallen van de renners die geen heil zien in een staking wakkert tegelijkertijd flink aan. Er zit voor mij niets anders op dan de laatste 110km toch af te leggen. Ik heb immers een mooie 23e plaats in het klassement te beschermen. Boudewijn denkt er ook zo over en hij zet me in de aanloop naar de eerste klim uit de wind. Dit scheelt me een hoop gewring, zo met de wind van opzij. Toch hou ik mijn hart vast, de klim die we zo dadelijk op gaan rijden is dezelfde klim waar ik donderdag gelost werd. Maar nu een stuk eerder in de etappe. Gauw gooi ik nog een extrannetje naar binnen, ditmaal geen behoefte aan brandstoftekort. Ik verteer de klim goed, mijn eerste meerdaagse nadert een mooi slot. Blijkbaar herstelt mijn lichaam goed tijdens zo'n rittenkoers. In feite is de afdaling lastiger. De groep stort zich naar beneden alsof er geen ravijn naast de weg ligt. Ik heb geen keuze, ik moet mee en stort me dus ook, weliswaar met samengeknepen billen, naar beneden. Op naar de laatste klim. Op het "vlakke" tussenstuk is een wapenstilstand. De ploeg van de leider houdt het tempo hoog en niemand ziet er heil in te demarreren. Hiermee wachten ze liever tot de slotklim. Maar eenmaal op de slotklim laten ze geen moment onbenut. Het regent opnieuw. Aanvallen welteverstaan. 1km gehad. Achter me lossen een hoop renners. 2km gehad. Ik los. Met enkele andere renners samen. Ik kan ze niet volgen. "Eigen tempo rijden", de eeuwige tip die je krijgt als het over bergop rijden gaat, besluit ik nu maar eens uit te voeren. 2 van de eerder geloste renners halen mij nog in als ik in mijn eentje achter het kleine groepje aanrijd. Ik kan ook hen niet volgen. Alle renners die voor me rijden worden steeds kleiner. Dat is afzien. Tijdens het afzien kijk ik de berg af. Onder me ligt de Baai van Kotor, een lust voor het oog. En iets dichter beneden me kronkelt de weg die ik inmiddels afgelegd heb. Geen levende ziel te bekennen. Voor me zie ik wolken die zich langs de berg omhoog werken. Een stuk sneller dan ik. Met het stijgen van de weg komen langzaam de hoopjes sneeuw terug in de berm. Behalve de renners voor me in de verte is er geen mens te bekennen. Zelfs geen politieagent, en die staan bij íedere zijweg die het parcours tegenkomt. Maar ja, zijwegen zijn er niet op deze klim. Dit drijft Boudewijn bijna tot wanhoop, enkele tientallen minuten achter mij. Hij legt de volledige klim af zonder een teken van leven te vinden. Het enige bewijs dat hij nog op het parcours zit zijn de verpakkingen van sportvoeding in de berm. Achtergelaten door renners voor hem. Dan heb ik het toch een stuk prettiger, met achter mij de ploegleidersbus. Met Dave hierin, die zo verstandig geweest is al voor de 1e klim van de dag af te stappen. De sneeuw wordt witter en ligt steeds overvloediger langs de weg. Hier moet een veegmachine langs geweest zijn, wan de weg is in tegenstelling tot donderdag wel volledig schoon. En er moeten onlangs nog mensen geweest staan. Er staat namelijk op enkele kilometers van de top een sneeuwpop. Beeld ik me het maar in of moedigt hij mij aan? "Kom op je bent er bijna!" Dat klopt, maar de laatste loodjes wegen dikwijls het zwaarst. Het werkt blijkbaar. Je eigen tempo kiezen. De stijging wordt minder en ik schakel buitenblad. Eenmaal over het eerste topje rij ik opnieuw een bergkom in. Sneeuw zover het oog reikt. En als bonus nog een hagelbui op mijn hoofd. Glimlachend denk ik "dat kan er ook nog wel bij", en schakel een tandje bij. Nog 20km en het zit er op. Terwijl ik dit flinke verzet vol overgave ronddraai rent er plots voor mij uit een hond op de weg. Ik verwacht dat deze wel gauw de berm op zal zoeken, zoals al die andere honden die enthousiast blaffend de weg op kwamen rennen de afgelopen dagen. Maar deze hond gaat langzamer rennen en komt hierdoor steeds dichter bij mijn voorwiel. Het beest is nou niet bepaald een nieuwe stap in de evolutie, heeft weinig kaas gegeten van fietsers, en rent me bijna van mijn fiets af. Ik moet remmen om hem te ontwijken, wat slechts gedeeltelijk lukt. Mijn voorwiel raakt zijn achterpoot en plots weet het beest met een nu manke poot wél waar de berm is. "Rotbeest" bijt ik hem toe, ik moet namelijk terug naar mijn binnenblad. Maar ik zit gelukkig nog op mijn fiets. Toch wat prettiger dan ernaast liggen in de sneeuw of op het asfalt. Het laatste stukje klimmen. 6km aan 10%. Als het routeboek klopt tenminste. Zo voelt het niet, het gaat me erg gemakkelijk af. In de verte zie ik plots weer het groepje renners dat gelijktijdig met mij gelost werd. Of het aan de adrenaline van de hond, aan het kiezen van mijn eigen tempo ligt, of aan het feit dat ik de stal ruik, ik weet het niet. Maar ik rij zo hard omhoog dat de renners steeds groter worden. En dus dichterbij komen. In mijn opmars naar het groepje laat ik nog even één van de renners die mij voorbijgereden was op het eerste deel van de klim, verbluft achter. Alsof hij steelstaat. Eenmaal aangesloten bij het groepje neem ik de kop, inmiddels dicht bij de top. Ik gebruik dezelfde tactiek als donderdag in de afdaling. Zo rap mogelijk naar beneden, daar is het warm en wacht een heerlijk hotelbad. De renners komen dan ook de laatste 10km niet meer uit mijn wiel. Er is eigenlijk maar één verschil, dit keer heb ik een regenjack en lange warme handschoenen aan. 23e in de etappe en in 23e het eindklassement. Bij een koers die uiteindelijk slechts door 49 renners uitgereden is. Met een tevreden gevoel begeef ik mij naar de hotelkamer. Hier merk ik dat ik toch nog behoorlijk bruin geworden ben. Van de vuiligheid die aan mijn benen is blijven plakken welteverstaan. Als dit er eenmaal is afgewassen wacht ons een warme maaltijd. En een slotceremonie met veel bombarie en praatjes van bobo's, waarin de winnaars gehuldigd worden, de organisatie bedankt en Koning Nikola geroemd. Ik besluit bij deze dat ik vaker rittenkoersen ga rijden. Maar dan met meer geschikte kleding bij me. Nu wacht nog slechts een terugrit van 2000km. Opnieuw grotendeels per bus. Tijdens mijn slaap wordt er hard op de rem getrapt. Ik val opnieuw met een harde klap van de bank op de grond. Weet je 4 dagen op je fiets te blijven zitten, kom je toch nog met meer blauwe plekken terug in Nederland, dan waarmee je vertrok. En met een flinke verkoudheid. Maar ach, dat is allemaal slechts tijdelijk. Wat blijft is een prachtige herinnering, die smaakt naar meer!