De strijd om de kalkoen
24 december 2009

Veléz-Malaga, 20 december 2009. De laatste zondag voor Kerst staat de Gran Premio del Pavo op het programma. Een honderdtal coureurs staan klaar voor de start. Mannen, vrouwen, oudjes, jonkies, topamateurs en fietstoeristen. Ze hebben 40 km voor de wielen, de laatste 8 km is het koers, bergop naar Canillas de Aceituno. Het is vroeg. En koud. Dik aangepakt, met mutsen, thermojacks, dikke handschoenen en overschoenen, staat het merendeel klaar. In heel Europa ligt sneeuw, maar hier worden deze paardenmiddelen al uit de kast getrokken als de thermometer (zoals vandaag) amper minder dan 15⁰C aangeeft.

Twee Hollanders doen mee. Paul Kneppers, voor 2010 opnieuw kopman bij Reino de Navarra – Telco, uit Pamplona. En ikzelf, zijn nieuwe ploeggenoot.
De eerste kilometers worden op het gemakkie afgelegd. Er is nog regelmatig tijd om af te stappen en een plasje te plegen. Naarmate de vliegende start dichterbij komt stijgt de spanning. Het is meer en meer drummen achter de voorrijwagen. Vele deelnemers willen een gooi doen naar de overwinningspremie. Een pavo, een kalkoen, valt te winnen, en dat is natuurlijk een pracht van een prijs zo vlak voor Kerst. Of de benen goed zijn is nog lastig te zeggen, daar zal de eerste bochtige, steile kilometer meer duidelijkheid over verschaffen.

Ik ben pas sinds anderhalve week serieus aan het trainen. Eén van de eerste trainingen was een zware, lange rit naar deze klim, ter verkenning. Terwijl Paul en Juanjo omhoog fladderden harkte ik mijzelf op de39 – 25 naar het dorpje toe. Regelmatig controleerde ik of mijn ketting niet stiekem op het buitenblad lag. Maar nee, het lag toch echt aan de benen. Toen ik eindelijk mijn opwachting maakte, bovenop in het dorpje waren Paul en Juanjo alweer volledig hersteld van de klim. Ze maakten een opmerking over “voor het donker thuis zijn” en vertrokken weer. Met pijn in de poten was ik opnieuw op volgen aangewezen. Het zou nog een lange dag worden.

Terug naar de koers. Inmiddels zijn we meer dan een week verder en ik besluit mijn benen eens goed te testen. Op Paul staat geen maat, dus tijdens trainingen leek het steeds alsof ik in december al een onoverbrugbare achterstand heb opgelopen. Nu was een mooi moment om eens te zien of dat wel echt het geval was.
Vanaf de afslag, waar de klim begint en de koers vrijgegeven wordt, laat ik de ketting op het buitenblad staan. De eerste halve kilometer sprint ik op deze manier door de bochten naar boven. Het ziet er blijkbaar indrukwekkend uit want 2 van de sterke mannen zetten alle zeilen bij om mij bij te halen. Paul zie ik wat verder, in het eerste groepje van het peloton, ook terugkomen. Ik wacht. Mijn 2 gezellen nemen ook de kop niet, dus het groepje met Paul sluitt bij ons aan. Op dat moment demarreer ik opnieuw. Nu met minder macht en op het binnenblad, maar doordat er niemand reageert sla ik wel een mooi gat. Paul zei later dat hij zelfs even dacht dat ik solo tot boven zou rijden, en de mannen hebben ook angst voor me en beginnen samen te werken om me terug te pakken. De pijn in mijn benen helpt hen hierbij. Ik moet temporiseren en al gauw kan ik de kop van de koers van achteren bekijken. Steeds verder van achteren.

Paul zit al lange tijd achteraan het groepje en wacht zijn kans af. Op een rechte strook op 3km van de meet zien de renners van de kopgroep plots vanuit hun ooghoek een vuurpijl langskomen. Een groen-wit-rode vuurpijl luisterend naar de naam Paul Kneppers. Paul vliegt, er is geen ander woord voor. In de laatste 3 kilometer pakt hij nog ongeveer een minuut voorsprong en met de armen wijd komt hij over de meet gereden. De kalkoen is binnen. En daarnaast nog een heel kerstpakket vol Spaanse producten.
Zelf finishte ik na een inhaalrace op het einde ook nog bij de eerste 10. Leuk, maar bovenal waren Paul en ik blij met de éérste overwinning van tandem Breed-Kneppers.

Op weg terug naar huis was het nog flink afzien aan het wiel van Paul. Het duurvermogen heeft nog wel wat training nodig voor het seizoen begint. Daarnaast zat er ziekte onder de leden. Tot vandaag heb ik geen meter meer getraind, buikpijn en hoofdpijn, afkomstig van een virusje dat hier heerst, deden mij binnen zitten. Ondertussen kwam de regen met bakken tegelijk uit de hemel gezet. Het had meer dan een jaar niet geregend, maar binnen een paar dagen is het gemiddelde weer rechtgetrokken.
Zojuist is Paul naar Nederland vertrokken om Kerst te vieren. Ik blijf hier om de feesten met Spanjaarden door te brengen. Ik voel me weer een stuk beter en het weer is ook aan de beterende hand. Hopelijk kan ik morgen weer trainen in een mooi zonnetje. Maar eerst het diner van Kerstavond. Op het menu: kalkoen!



Koninkrijk Navarra
15 december 2009

Het is lang geleden dat ik nog eens een iets op mijn website neerschreef. Inmiddels is het half december. Op wielergebied gebeurt er deze maanden weinig. Toch is er een hoop nieuws.
Belangrijkste nieuws: Ik heb een nieuwe ploeg. Nog steeds in het noorden van Spanje, maar wel 400 km oostelijker. In Pamplona, aan de voet van de Pyreneeën, ga ik komend seizoen wonen. Prinsdom Asturië verruil ik voor “Reino de Navarra – Telco”. Dat betekent veel koersen in het wielergekke Baskenland en als belangrijkste afspraak de Vuelta a Navarra. Zes dagen op mijn eigen trainingswegen de overwinning najagen.
Navarra is een geschikt trainingsgebied. Ten noorden van Pamplona kan je de Pyreneeën in, naar het zuiden toe is het vlakker en droger. Niet voor niets wonen profs als Denis Menchov, Vladimir Karpets en een deel van de Caisse D’Epargne-renners in Pamplona. Samen met Paul Kneppers, die al enkele jaren kopman is van mijn nieuwe ploeg, ga ik wonen, trainen en koersen. Ons doel: de Spanjaarden de schrik op het lijf kunnen jagen als ze zien dat “Los Holandeses” weer aan de start staan.

Om dit voor elkaar te krijgen moet er natuurlijk wel hard getraind worden. Daar zijn wij momenteel hard mee bezig. Paul is al sinds eind oktober in Almuñecar, aan de Spaanse “Costa Tropical” en fladdert al omhoog tijdens de trainingen. Ik ben inmiddels ook hier aangekomen en hoewel het nog niet zo soepel gaat als bij Paul worden mijn benen met de kilometer beter. Nog een week of 10 voor het seizoen begint. Dat moet ruim voldoende zijn om een mooie basis te leggen voor de vele koersen die komen gaan. Met het zonnige, warme weer, de vele mooie trainingswegen hier in de omgeving een ideaal gebied om deze tijd van het jaar te vertoeven.

Veel zal er op wielergebied niet te vertellen zijn de komende tijd, maar ik zal mijn best doen af en toe iets van mij te laten horen.



Zoektocht
29 oktober 2009

De wintertijd is ingegaan. Echt herfstweer en vroeg donker. Terug in Nederland. Iedere dag op de fiets naar mijn werk, om genoeg te verdienen om volgend jaar opnieuw naar het zuiden af te zakken. Of misschien in december al, om een goede brede basis te leggen met veel lange rustige trainingen. Iets wat er afgelopen jaar een beetje aan ontbrak, vanwege het afronden van mijn studie.

Het was lang stil op mijn website. Niet gek. Ik was er behoorlijk klaar mee. De laatste maand reisde ik naar de koersen af om deel te nemen. Niet om te strijden voor de overwinning. Dan is het tijd voor rust. Inmiddels zit oktober er alweer bijna op. Oktober, maand van drank en vrouwen. De drank heeft rijkelijk gevloeid. De vrouwen waren wat minder aanwezig. Vooral mijn lieve vriendin Ana was er niet, die is achtergebleven, thuis in de Asturias.
Het liep allemaal niet zo lekker meer. De benen waren op, de rug had verzorging nodig en het hoofd was moe van vele koersen en weinig erkenning. De ploeg beviel de laatste maanden een stuk minder dan aan het begin van het seizoen en met het verlopen van de tijd stond bij mij vast dat ik voor het komend jaar bij een andere ploeg mijn heil moest gaan zoeken. In eerste instantie leek ik een mooi seizoen tegemoet te gaan bij een mooie ploeg uit Cantabrië, deel van het wielerhart van Spanje. Ze hielden een slag om de arm, en dat bleek terecht. Ook in de Spaanse wielerwereld slaat de crisis toe. De ploeg gaat wel door, maar heeft niet genoeg geld om komend jaar buitenlandse renners genoeg te kunnen bieden om in Spanje te wonen en te koersen.
Inmiddels ben ik dus heel hard op zoek naar een andere ploeg. Er zijn meerdere mogelijkheden die aanlokkelijk lijken, de komende tijd ga ik hier de beste uit kiezen. En dan gauw terug naar Spanje, om het seizoen zo goed mogelijk voor te bereiden.

Nu nog even op en neer naar Hoofddorp iedere dag. Door weer en wind, ’s ochtends heen, ’s middags terug. De eerste uren op weg naar een nieuw, en hopelijk succesvol, seizoen.



Gesloopt
19 augustus 2009

Onder andere omstandigheden was het een prima slaapplaats geweest. Het begint al met de locatie van Turismo Rural El Vedal in Meulas del Pan, met uitzicht op het stuwmeer van Ricobaya, en de omliggende granietrotsen. Een klein, rustig dorp op de flanken van één van de valleien, door rivieren ingesneden in de hoogvlakten van provincie Zamora. Zonnig weer, vriendelijke mensen, heerlijk eten. Een mooie standplaats voor een rustige vakantie.
Afgelopen week waren wij hier gesitueerd tijdens de Vuelta a Zamora. 5 etappes, 5 dagen afzien. En tussendoor proberen de slaap te vatten in een veel te hete hotelkamer, met veel geluid van buiten. Zowel het lawaai van de aangrenzende bar, waar de mensen tot diep in de zwoele nacht buiten hun als het gedruis van het feest in Ricobaya, aan de andere kant van het stuwmeer. En vooral de jeugd die, al flink beschonken, op weg naar de fiesta was. Voor zover de koers ons nog niet uitwoonde, deden de slapeloze nachten het wel.

De koers zelf deed al hard zijn best om ons te slopen. Dag 1: proloog. 7km volle bak in je eentje rijden in de pesthitte, om vervolgens bijna kotsend van je fietst te stappen. En dat met slechts een tijd in de achterhoede, op meer dan een minuut van de winnaar. Dag 2: niet het parcours, maar de hitte die het zwaar maakte. Met een roodverbrande neus en opnieuw 23 seconden aan de broek, omdat de benen maar niet op gang wilden komen en me in de laatste kilometer zelfs deden lossen. Dat was pas het begin.

De derde dag leek op papier niet de lastigste, met 2 klimmetjes van 2e categorie in het eerste uur en 2 van 3e categorie in na halfkoers. Het grootste deel van de etappe zouden we op de hoogvlakte rond de grens met Portugal rijden. Op die hoogvlakten staat altijd wind. In wielerkoersen iets om rekening mee te houden, vanwege de kans op waaiers. Vooral in een gebied als Zamora. Hier wordt je na een klim niet beloond met een afdaling, hier moet je na een klim nog wat meer afzien, omdat de sterke mannen op het vlakke doortrekken. In de valleien staat geen wind, waardoor in de zomer de hitte er blijft hangen. Dag 3 bevatte al deze elementen, de op papier makkelijke etappe werd een slagveld. In het begin werd er een hoop geschermutseld, maar geen enkele ontsnappingspoging kwam met succes weg. Tot we op een kruispunt rechtsaf draaiden. De ploeg van de leider trok hard door en het peloton, dat al een tijdje op een lint reed, brak aan alle kanten. Zo reden we vol gas richting afdaling. Het slechte wegdek en de lastige bochten maakten deze afdaling al geen pretje, maar het ergste van alles was de hitte. Alsof we een oven binnenreden. Beneden brug over en de eerste klim begon. Tegen de hitte gooide ik water uit mijn bidon over mijn hoofd heen, maar dat water was inmiddels zo heet dat van verkoeling geen sprake meer was. Afzien en leiden, maar ik zat er tenminste wel mooi bij!
Dat duurde tot de tweede klim, toen er weer oorlog gemaakt werd. Met mijn laatste krachten kwam ik eenzaam boven en eenmaal terug op de hoogvlakte harkte ik op een ouwewijventempo verder. Een groepje van 3 Amerikanen kwam langs, op weg naar de grote groep die nog altijd in de verte reed. Ik was niet in staat om aan te klampen. Achter me kwamen nog 3 renners, die ik even verderop ook moest laten gaan. Achter me was in de verste verte niets of niemand meer te bekennen en voor me reed de grote groep ook langzaam steeds verder weg. Het zou een lange dag worden. Een motor van de Guardia Civil maakte het allemaal iets aangenamer voor me en uiteindelijk kwam ik op “slechts” 12 minuten uitgewoond binnen. Maar hoe uitgeput ik ook was, het werd weer een slapeloze nacht.

Een slapeloze nacht in de aanloop naar de koninginnerit. Een rit waarin opnieuw een hoop oorlog gemaakt werd. Een behulpzame ambulance maakte de rit iets aangenamer voor me, toen ik opnieuw in een klein groepje terecht kwam met zowel voor als achter me in de verste verte niemand te bekennen, maar eenmaal aan de finish, bovenop de derde col van de dag, had ik moeite met recht op mijn benen staan.
Als ik opnieuw de slaap niet kon vatten, kon ik net zo goed naar het feest in het naburige dorp gaan, besloot ik. In dat dorp waren 2 wielerploegen gesitueerd, met een hoop bekenden. Ik zou vast niet de enige zijn die zin had in een feestje. Maar helaas gooide mijn ploegleider roet in het eten, door tot diep in de nacht voor de deur van de naburige bar luidruchtig met de lokale bevolking te genieten van de zwoelte van de nacht. Nu mijn neus buiten de deur vertonen zou gelijk staan aan een enkele reis richting Nederland.
De laatste etappe. In het begin leek het op waaiers uit te draaien, maar uiteindelijk werd het een rit vol ontsnappingen met op het einde een sprint. In enkele ontsnappingen was ik vertegenwoordigd, maar naar het einde toe begon de vermoeidheid zich in mijn hoofd te nestelen. De laatste 30km was ik meer bezig met uitrijden dan met de reële kans om de rit nog te winnen. Op 1800 meter van de meet toch nog gedemarreerd, maar met nog 1346 meter te gaan werd ik weer ingerekend. Het was over en uit en in de laatste kilometer loste ik nog, waardoor ik nog 2 plekken zakte in het klassement, naar plek 32.

Het heeft me gekost. Inmiddels zijn we 3 dagen verder en ik ben nog altijd afgepeigerd. Zondagavond en maandag had ik een constante pijn in de benen. Dinsdag heb ik voor het eerst weer op mijn fietst gezeten, maar 20km per uur rijden kostte al een hoop moeite. Vandaag, woensdag, heb ik zelfs 2 siëstas gehouden. En nog altijd ben ik moe. Het is zwaar geweest, mijn lichaam roept om rust. Vrijdag heb ik koers, hopelijk ben ik tegen die tijd een beetje hersteld. De volgende Vuelta laat gelukkig nog even op zich wachten. Tot september. Hopelijk zijn de omstandigheden dan wat aangenamer.



Wheelie
10 augustus 2009

De lucht was grijs. Miezer dwarrelde langzaam naar beneden. We besloten toch te gaan, Chileen Wolfgang en ik. 90 kilometer verder lag ons doel. We zouden gaan kijken bij de Vuelta a Leon, bij de aankomst bergop naar Cueva de Valporquero. Niet zomaar 90 kilometer. We gingen naar Leon. In Leon is het weer veelal beter. Dat komt omdat het aan de andere kant van de bergen ligt. Om er te komen moet je wel die bergen over. In dit geval over Puerto de Pajares. Een verschrikking van 14 kilometer met naar het einde toe stroken van 15 en zelfs 17 procent. Met de koers van de dag ervoor nog vers in het geheugen, en vooral in de benen, was afzien gegarandeerd. De kou deed ook zijn duit in het zakje, volop ingrediënten voor een dag om niet snel te vergeten.

In Leon werd alles beter. De zon begon te schijnen en de wind duwde ons aangenaam voort richting Collada de Carmenes. Hier zagen wij de koers een eerste keer langskomen. Joost van Haren op kop van de kopgroep, onvermoeibaar als altijd. Daarna een flink peloton en vervolgens lange tijd niets. Met het passeren van de grupeta zag ik een hoop bekende gezichten terug, jongens met wie ik vorig jaar nog schouder aan schouder reed om de eerste waaier niet te missen begroetten mij opgewekt.
Nog gauw een bakkie gedaan in een dorpsbarretje en door richting Cueva de Valporquera. Inmiddels begon Sapo wat zenuwachtig te worden, het werd toch wel laat. Al richting zessen. De zon zou om 10 uur ondergaan en we hadden nog een lange terugweg voor de boeg waarbij we opnieuw de bergen over moesten. Maar we waren niet voor niets gekomen, dus besloten we geduldig te wachten tot de koers voorbij kwam. Freddy Montaña, een kleine Colombiaan was solo op weg naar de overwinning. Daarachter kwam Dennis van Winden langs, even later gevolgd door een grotere groep met daarin Paul Kneppers en Pol Nabben die goed standhielden tussen het internationale geweld. Ook Swabist Peter van Dijk, gastrenner van Pauls ploeg Telcom, reed tot mijn vreugde goed van voren.
Toen deze groep voorbij was kwam langzaam maar zeker het hoogtepunt van de dag naderbij. Verbrokkeld kwamen de renners langs. Toen de jonge Jetse Bol, eerder dit jaar winnaar van Olympia’s Tour, de bocht om kwam herkende ik hem meteen. “Rijen Jetse, nog 2 kilometer”. Bij het horen van Nederlands, zo ver weg in Spanje richtte hij zijn blik richting mij. Een blik van herkenning verscheen op zijn gezicht. Hij twijfelde geen moment. Het voorwiel kwam omhoog en we werden getrakteerd op een rasechte wheelie! Onze dag kon niet meer stuk, maar we beseften ons goed dat het nu alleen nog maar minder kon worden. Langzaam maakten we ons op voor de terugweg en zodra de laatste renners voorbij waren vertrokken we terug richting Oviedo.

Inmiddels sloeg de klok al 7 uur. Nog 3 uur voor 90 kilometer. Normaal geen probleem maar de wind die ons eerder vooruitgeblazen had leek ons nu in Leon te willen houden. Langzaam maar zeker naderden we de 1379 meter hoge Puerto de Pajares opnieuw, en al gauw werd het weer ook weer minder. De laatste kilometers klommen we door de mist en werd het met de kilometer kouder.
Eenmaal over de top, terug in de Asturias, was het afzien bergaf. Met een zicht van 30 meter een bochtige weg van meer dan 10 procent afdalen, met veel tegenliggend verkeer is bepaald geen pretje. De snelheid lag laag, de kou deed ons sidderen en toen we eindelijk beneden waren lagen we flink achter op schema. De duisternis kondigde zich langzaam maar zeker aan en Wolfgang en ik hadden nog 50 kilometer te gaan voordat het echt donker werd. Dus dat werd buffelen en omdat mijn reisgezel pas 18 jaar oud is moest het meeste werk van mij komen. Met de blik op oneindig passeerden we in sneltreinvaart Pola, en Mieres. De kou en nattigheid negerend naderden we eindelijk Oviedo en toen het om 10 uur echt donker werd restten nog slechts de laatste kilometers. Het was inderdaad een dag geworden om niet gauw te vergeten.

Na een flinke hoeveelheid pasta naar binnen te hebben gewerkt en een heerlijke warme douche te hebben genomen was het vlug naar bed. Nog even terugdenkend aan de wheelie van Jetse dommelde ik al gauw in slaap. Die slaap was hard nodig, de volgende dag zouden we om half 10 alweer vertrekken richting Cantalejo, om zelf weer te koersen. Uiteindelijk werd dat geen succes vanwege een lekke band en incapabele juryleden, maar de benen voelden wonder boven wonder behoorlijk goed aan na 2 dagen van zware inspanning. Dat geeft vertrouwen voor de Vuelta a Zamora die woensdag begint. Een zware ronde, maar in deze vorm niets om bang voor te zijn.



Ontsnapt
7 augustus 2009

Ver weggestopt tussen de steile kalkrotsen van de Picos d’Europa ligt het dorpje San Esteban de Cuñaba. Een gehucht waar het hebben van een toilet nog niet vanzelfsprekend is. Maar waar wel een wielerkoers wordt georganiseerd. En wat voor een koers. Een loodzwaar parcours, kronkelend door de Picos d’Europa, met enkele zware klimmen en aankomst bergop in het gehucht zelf. En als, zoals dit jaar, het weer ook zijn duit in het zakje doet, staat dat garant voor een mythische wielerkoers.

Onder een grijze hemel stond het peloton klaar voor vertrek. Het startschot had nog niet geklonken of de eerste aanval werd ingezet. “Altijd dezelfden, klotebuitenlanders” verzuchtten sommige Spanjaarden toen ze zagen dat Australiër Johnnie Walker en Hollander Siebe Breed de lont in het kruitvat staken. 2 Spanjaarden sprongen mee. Met een halve minuut voorsprong reden de 4 door de diepe valleien van het berggebied. In de achtgrond was het onrustig en na zo’n 20km koers kwam er een groep van 6 vooraan aansluiten. De samenwerking was goed, de voorsprong steeg en het begon te regenen. De eerste col werd opgedraaid, de kopgroep kraakte. Een paar man losten definitief, maar het grootste deel van de groep kwam in de afdaling weer bijeen. 1 man was er zelfs nog in geslaagd vanuit het peloton de oversteek te maken naar voren. 8 man over, die de prijzen zouden gaan verdelen.
Niet alleen de benen hadden het zwaar onder deze omstandigheden. Mijn voorderailleur leed onder metaalmoeheid en verboog op een manier dat het een heuse kunst werd om de ketting naar het buitenblad te schakelen. Gezamenlijk, reed de kopgroep langzaam maar zeker steeds verder weg bij wat restte van het peloton. Renners reden lek, vielen, losten, of stapten af onder de zware omstandigheden. Maar niet de kopgroep, die reed als een geoliede machine door, met 1 wieltjeszuiger. Ik mocht niet rijden van de ploegleider, tegen mijn wil zette ik me aan het laatste wiel. Kilometers lang bestond mijn uitzicht uit niets anders dan de billen en benen van mijn medevluchters.
Na zo’n 100km was het gedaan met de wapenstilstand vooraan. In de voorlaatste klim was het al in de eerste kilometer raak, een aanval van Chileen Carlos Oyarzun. Mijn benen waren goed, een tijdje dacht ik hem te kunnen bijbenen, maar uiteindelijk begon mijn scheefstaande bekken roet in het eten te gooien. Met anderhalf been is het lastig fietsen, maar helaas ben ik hier nog geen fysio met wonderhanden tegengekomen, zoals Erik van Putten in Leiden. Ook Ruben Menendez kon ik niet volgen toen hij zich een weg naar voren baande richting het wiel van Carlos. Langzaam maar zeker parkeerde ik. De volledige kopgroep stak mij voorbij en in een koude miezer kroop ik verder omhoog langs de steile flanken van de berg. Toen het zicht bovenop weer wat helderder werd zag ik wonder boven wonder de auto’s niet zo gek ver voor me rijden. Als een baksteen stortte ik mezelf de afdaling in, passeerde een gevallen renner en beneden haalde ik een andere renner bij. Samen reden we terug naar de 3 man die nog binnen schot waren, de 1e 2 plekken waren inmiddels al vergeven aan Ruben en Carlos. Wij zouden het op de steile flanken van de slotklim uit gaan maken voor plaats 3 tot 7. Mijn linkerbeen wilde echt niet meer, maar met een laatste krachtinspanning stak ik mijn ploeggenoot van vorig jaar, Frances, nog een handje toe, zodat hij 3e kon worden. Uiteindelijk werd ik 7e. na de hele koers in de aanval te zijn geweest.

Met Carlos Oyarzun reed ik terug naar Oviedo. Napratend over deze koers, het parcours, de omstandigheden en het koersverloop. En over de koersen die komen gaan. Met anderhalf been kom ik tot deze prestatie. Ik ben tevreden, maar besef me dat er nog veel meer inzit. Hopelijk al deze week, met zondag een koers uit de Copa de Iberica en vanaf woensdag de Vuelta a Zamora.



Jarig
24 juli 2009

Met mijn voeten zit ik in het heerlijk koele water van het zwembad. Mijn witte bovenlichaam begint langzaam te verbranden. De felle zon beukt ongenadig hard neer op Sevilla. Op weg naar de start gaf de thermometer al 28 graden aan. Om 9 uur ’s ochtends. Tijdens het uitfietsen na de finish was dit al gestegen naar 42. Planten sterven een langzame dood, en mensen wagen zich niet op straat, of als het echt moet slechts in de schaduw. Geen wonder dat hier de mañana-cultuur zo welig tiert. Het is gewoonweg te heet om te werken.

Maar voor wielrenners gelden andere wetten. Om half elf werd het startschot gegeven voor 155 kilometer, grotendeels op en af. De combinatie van kuitenbijters en de zon die langzaam door mijn helm heen mijn hersens aan de kook brengt en een op hol geslagen peloton is moordend. Tussen het afzien door besef ik mij dat ik wel eens een aangenamere verjaardag gehad heb. Erger nog: de benen willen niet. Niets. Zodra de weg bergop loopt sta ik geparkeerd. Zoals vanochtend, de eerste 20 km in de ontsnapping, zodra de weg bergop liep kansloos gelost en door alles en iedereen voorbijgereden. Echt bergachtig is deze Vuelta niet eens, maar wel genoeg om mij kansloos te maken voor ieder wapenfeit, met deze benen. De bloemen zijn veelal voor regionale renners weggelegd, die gewend zijn aan deze omstandigheden. En aan Ibon, de nestor van het peloton, die roodverbrand op het podium verscheen.

Gauw vergeten deze en me richten op de koersen die komen. Sevilla is een mooie stad, Andalucië een prachtige regio, maar waarom ze deze wedstrijd in hemelsnaam midden in de zomer organiseren is mij een raadsel. Om dat te compenseren serveren ze dan weer gratis koude biertjes na de finish. Dat is genieten. Net als het zwembad. Toch zal ik niet rouwig zijn als we terugkeren naar de Asturias, met zijn meer Hollandse klimaat. Hard trainen om gauw de vorm weer op peil te brengen. Nog 2 maanden te gaan. De motivatie is er. Er ligt nog een hoop moois in het verschiet.



Nog niet verleerd
25 juni 2009

Criteriums. Rondjes om de kerk met een lengte van een kilometer. In Nederland heb je er eindeloos veel. Ieder weekend kun je kiezen waar je gaat rijden, in de zomer zelfs iedere dag. Voor het materiaal en het lichaam zijn het zware koersen. Drempels midden in een bocht, gladde passages die veranderen in ijsbanen met een beetje regen, terugdraaiende bochten, waar je bijna stilstaand doorheen moet, om daarna weer volle bak op te trekken, het is er allemaal te vinden. En er is geld te verdienen. Omdat er zoveel van deze koersen zijn specialiseren sommige renners zich. Deze criteriumtijgers gaan na iedere koers met een flinke stapel enveloppen terug naar huis. En met bloemen voor de moeder of de vrouw.

Echt missen doe ik ze niet. Het was zelfs één van de redenen om te vertrekken uit Nederland, dat er buiten de criteriums en waaierklassiekers zo weinig andere wedstrijden zijn. Af en toe ging het erg goed en keerde ook ik met een flinke stapel enveloppen huiswaarts. Door de jaren heen heb ik er zelfs 2 gewonnen, voor een hele rits specialisten. Maar heel vaak kwam ik ook met lege zakken thuis. En met het idee dat deze koersen niet de reden waren dat ik ooit ben gaan wielrennen. Vandaar ook mijn vertrek naar Spanje.

Hier in Spanje hebben ze zo nu en dan ook een criterium. Zoals deze woensdag in Leon. Op een rondje van iets meer dan een kilometer, met 2 keerpunten en 2 lange rechte einden stonden de Spaanse klimmertjes aan het vertrek. Bleke gezichtjes, bang voor het afzien dat komen ging. Ik vond het tamelijk lastig om me te motiveren. Ons stonden 30 rondjes te wachten. Een nieuwelingenkoers zou dat zijn in Nederland, voor rennertjes van een jaar of 15 die nog nauwelijks baardgroei hebben. Maar niet hier, hier is het een Elitekoers.

Ik ben het nog niet verleerd. Al vroeg in de koers reed ik een paar ronden in mijn eentje aan de leiding, en rond halfkoers reed ik definitief weg. Eerst met 2 man en even later kwam ook huizenhoog favoriet Federico Pagani aansluiten. De ijzersterke Argentijn van Diputacion Leon. Met zijn vieren hielden we het peloton op achterstand en naar het einde toe werd steeds meer duidelijk dat de prijzen onder ons verdeeld zouden gaan worden. Mijn benen protesteerden hevig, het snelle aanzetten niet meer gewend. Zeker vlak na zo’n zware Vuelta me veel klimwerk. Maar blijkbaar protesteerden de benen van de rest nog meer. In de laatste kilometer gooide ik mijn kaarten op tafel. Aan de linkerkant van de weg demarreerde ik, ik pakte een paar meter en ging als eerste de laatste bocht door. Toen bleek echter dat ik te vroeg geweest was. Met machtige pedaalslagen kwam Pagani over me heen zetten en in zijn zog passeerde ook één van onze medevluchters mij nog. Als 3e bolde ik over de meet. Hevig balend. Ik was te vroeg gedemarreerd. En Pagani was te sterk. Ik had hier kunnen winnen.
Maar goed, ik ben het nog niet verleerd, het criteriumrijden. Tenminste, naar Spaanse maatstaven. Als ik het nu met mijn klimmersbenen op moet gaan nemen tegen de criteriumtijgers word ik waarschijnlijk kansloos gelost. Maar dat is andersom waarschijnlijk hetzelfde verhaal. Laat mij maar lekker klimmen, hier in het zonnige Spanje. Met af en toe zo’n nieuwelingencriterium tussendoor.



Motor
23 juni 2009

De pijn in de poten herinnert mij nog veelvuldig aan de voorbije Vuelta a la Montaña Central. Maar ook als die pijn weggeëbd is zal ik er nog wel eens aan terugdenken, het waren 3 dagen om niet snel te vergeten.

Met twee versterkingen van buitenaf startten we dag 1 in La Foz. Toen het startschot gegeven werd opende de hemelsluizen zich langzaam maar zeker, tijdens de rit zouden ze alleen nog maar verder opengaan. Mijn opdracht: ontsnappen in de eerste 60, vrij vlakke, kilometers. Dus dat deed ik. Lange tijd was ik ontsnapt in een groep van 5 man en zo plaveide ik de weg voor de mannen die hoge ogen moesten gooien in het klassement, die konden hun krachten sparen in het peloton. Dat deden ze met verve. Op 20km van de meet waren mijn drie ploeggenoten Nieuw Zeelander Michael Torckler, Delftenaar Paul Kneppers en Borja Calviño de eerste achtervolgers op jacht naar eenzame leider Enrique Salgueiro. Helaas ging Paul in een gladde bocht in een vervelende smalle afdaling onderuit.
Uiteindelijk kwam Michael bovenop Viapara als 3e uit de mist over de finish gereden en zaten ook Paul en Borja nog in de top 10. Zelf startte ik op de 1e smalle klim van achteren, met de gedachte dat na mijn ontsnappingspoging de meeste kracht wel weg zou zijn. Ik bleef maar mensen voorbijrijden en uiteindelijk finishte ik op een 35e plaats. Daarmee verbaasde ik mezelf een beetje, zo goed had ik het dit seizoen nog niet gedaan in een bergrit.

Ik verbaasde mezelf de volgende dag nog meer. Het was anarchie in het peloton en grote groepen reden vooraan weg. Zelf zat ik in de 2e groep en met Michael in de eerste groep zaten we als gebakken. Tot het moment dat Leider Salgueiro orde op zake ging stellen. Ik was net met een Argentijn uit de 2e groep weggereden, omdat daar de samenwerking weg was, toen de 2e klim zich aandiende. Met de Argentijn in mijn wiel begon ik aan de steilste stroken toen ik plots achter mij de gele trui zag opdoemen. Het hele peloton werd uit elkaar geranseld en alleen de beste mannen bleven vooraan over. En ik. Even had ik moeten passen, maar in de laatste vlakkere stroken van de klim kon ik terug naar de groep toerijden. Daarna was het simpel. Uit de wind zitten, eten en drinken en krachten sparen voor morgen. Op papier. Salgueiro dacht er anders over, die liet ons afzien in zijn wiel en reed als een motor op kop, zowel op het vlakke als bergop. Op de laatste klim moest ik passen. Zelfs de hartstochtelijke aanmoedigingen van Lia en Ana die voor mij waren afgereisd naar deze klim, en de doldwaze afdaling die ik vervolgens reed brachten mij niet terug vooraan. Salgueiro trok de groep terug naar de kop van de koers, ik reed met een Fransoos terug naar Mieres en passeerde met 5 minuten achterstand de meet. Een dubbel gevoel had ik die avond. Ik ben duidelijk een stuk beter dan tot nu toe dit seizoen, maar het scheelde maar weinig of ik had vandaag mee kunnen doen voor de overwinning, en een plek in de top 20 in kunnen nemen.

Dag 3. Opdracht: Salgueiro en zijn ploeg slopen, in dienst van onze 3 kopmannen. Daar dachten meer mannen in het peloton hetzelfde over. Vanaf kilometer 0 was het opnieuw oorlog. 1e uur aan 46 gemiddeld. Langzaam maar zeker vielen de groene mannen van Extremadura terug van de kop. 1 voor 1, als blaadjes die van een boom vallen. Op San Tirso, de 1e klim van de dag was het mijn beurt. Nadat ploeggenoot David Navarro werd teruggepakt schakelde ik een paar tanden bij en harkte op een gigantische plaat naar boven. Onder luide aanmoedigingen van vele toeschouwers sloeg ik een flink gat. In de afdaling kwamen eerst 2 andere renners bij me aansluiten en daarna het peloton. Onder leiding van slechts 2 groene renners. Opzet geslaagd. Nu afzien, bijblijven en zien of ik later nog van nut kan zijn. De volgende klim stond alweer voor de deur en er vertrok een nieuwe groep. Nu was het raak, de laatste mannen van Salgueiro kraakten en de leider moest het zelf oplossen. Een paar kilometer na de klim toonde hij plots een teken van zwakte en reed er een flinke groep weg. Met Michael en Paul erbij. Zou het dan toch nog…? De motor sloeg even later terug aan en Salgueiro reed het peloton nog maar eens aan brokken. Vanaf dat moment was het voor mij tempo houden en naar de finish rijden. Er stonden nog een klim van 1e categorie en een gevaarlijke, bochtige afdaling te wachten. Uiteindelijk passeerde ik met 5 minuten achterstand de finish. 5 minuten na winnaar Michael Torckler. Hij was nog opgeklommen naar een 2e plaats in het klassement, helaas had motor Salgueiro zijn leidende positie behouden. Wel hadden wij onze leidende positie in het ploegenklassement verzilverd. Het podium en de zoete smaak van Asturiaanse Sidra wachtten ons. 3 dagen afzien, het was de moeite waard.

Inmiddels is het dinsdag, en zijn we 2 dagen verder. Zowel mijn ploegleider Monchi, als collega Hollander-in-Spaanse-dienst Joost van Haren hebben mij na de koers verteld wat ik zelf ook al geconcludeerd had. Ik kan nog een stuk meer dan ik tot nu toe heb laten zien. Het word tijd om anders te gaan koersen. Niet meer iedere koers vanaf kilometer 0 erin vliegen, maar een beetje vaker afwachten wat de toppers, de veelwinnaars, doen. Ik begin hun nivo steeds meer te naderen. Het is tijd me te gaan mengen in de strijd voor de overwinning. Eindelijk.
Tenminste, zolang er geen motoren zoals Salgueiro meedoen.



Voorbereiding
18 juni 2009

Het is alweer (veel te) lang geleden dat ik nieuws bracht op mijn website. Ergens logisch. Ik ben niet naar Spanje vertrokken om het thuisfront op de hoogte te houden. Ik ben naar Spanje vertrokken om hard te fietsen. Dat ontbrak er sinds begin april een beetje aan. Een zieke keel en antibiotica, en de daaraan verbonden beperkte lichamelijke activiteit, sloopten de conditie. Daarna was het weer terug opbouwen. Vele uren van training, vaak in slecht weer. Wedstrijden waarbij de kilometers het probleem niet waren, maar wel de kracht. Langzaam maar zeker, wedstrijd na wedstrijd, ging het beter. De hoop kwam terug. Hoop dat ik in de Vuelta a la Montaña Central iets terug zou kunnen doen naar Construcciones Paulino. Onze thuiswedstrijd. Ideale gelegenheid om mijn dank te laten blijken voor de mogelijkheid die ze me geven hier in Spanje te koersen.

Eerst was er de Volta a Lugo. Dag 1: grupeta. Afzien en op tijd aan de finish komen. Dag 2: Net te laat gereageerd en daardoor de vlucht van de dag op een haar na gemist. Aankomst bergop in enorme hitte. Afzien. In de laatste kilometer zelfs nog gedacht aan afstappen. Niet gedaan. Lang geleden dat ik zo naar de klote was. Dag 3: km 5 ontsnapt uit het peloton. Km 18 gelost uit de kopgroep op een klim. Km 26 terug aangesloten. Km 41 opnieuw gelost. Km 49 opgeslokt door het peloton. Later gelost uit het peloton en met een grupeta naar de finish gereden. Met de dag ging het wat beter, maar de kracht miste nog wat. Vooral bergop. Gebrek aan koersritme.
Dan 3 dagen trainen. Niet volle bak want de Vuelta a Coruña stond alweer voor de deur. Dag 1 nog altijd heet. Stuk sterker dan in Lugo. Pas op het allerlaatste klimmetje gelost, toen het peloton nog maar uit een man of 45 bestond. De macht lijkt op de weg terug naar mijn benen. Dag 2 wat minder. Op de enige serieuze klim van de dag gelost en daarna met de grupeta naar de finish geharkt. De masseur merkte ’s avonds op dat mijn benen niet erg verzuurd waren en goed aanvoelden. Dat de vorm eraan komt. Dat bleek in de slotrit ook wel een beetje. Vanaf kilometer 1 was het oorlog. En dat hield niet meer op. De etappe was door het parcours al loodzwaar, de renners maakten het nog wat erger. Uiteindelijk finishte ik als voorlaatste. Dat klinkt weinig hoopgevend, maar 52e is zo slecht nog niet als meer dan de helft de finish niet haalt. Het voelde goed, een wereld van verschil met de week ervoor.
Daarna 1 koersvrije dag waarop ik 4 uur getraind heb. De dag daarop alweer een nieuwe koers. 130km, 3 rondes. Ronde 1 voelde ik me goed en vloog ik er enthousiast in. Daarvoor betaalde ik in ronde 2 en 3 de prijs. De benen schreeuwden stop. Ik luisterde niet. Resultaat: veel pijn in de benen.

Vervolgens 1 dag rustig aan getraind en daarna alweer 2 dagen flink gas gegeven tijdens het verkennen van de bergen van de Vuelta a la Montaña Central. Opnieuw 1 dag rust en toen 2 losse koersen. Het was er wat teveel aan. Zaterdag althans. Nog flink vermoeid ging ik van start in de mooie maar hete Valle de Mena. Na halfkoers werd ik er keihard afgepierd. Het verbaasde me niets. Ik miste scherpte en kracht. Ik was afgepeigerd. Precies ook de reden dat er van het bijhouden van mijn website niets terecht kwam.

Dat is het leven van een wielrenner, dames en heren. Zonder afzien bereik je niets. Soms moet je jezelf afbeulen, de signalen van het lichaam negeren. Jezelf slechter maken om er later beter van te worden. Dat is nu hopelijk het geval. Na een goede nachtrust ging het afgelopen zondag al een stuk beter. In de relatief vlakke GP Camposagrado reed ik vrijwel de hele koers in de aanval. Eerst lange tijd alleen, later in verschillende kopgroepen waarin onze ploeg het overwicht had. Uiteindelijk wonnen we met Daniel Allonca onze eerste koers dit jaar. Eindelijk. Mooi moment vlak voor “onze” Vuelta, die de ploeg 2 jaar op rij gewonnen heeft.

Daarna volgden enkele belangrijke dagen. Belangrijk om uit te rusten van de voorbije zware weken. Uitrusten en tegelijkertijd verbeteren, naar de vorm toegroeien. Voor mijn gevoel heb ik er alles aan gedaan wat ik kon. Nu zien wat het oplevert. Vanaf morgen ga ik de strijd aan. Hopelijk wordt het een mooie, succesvolle strijd. Als het goed is is het op vueltamontanacentral.blogspot.com allemaal een beetje te volgen. En wie weet schrijf ik hier één dezer dagen ook nog wat neer. Zolang het maar niet ten koste gaat van de broodnodige rust.



Op Bedevaart
29 mei 2009

Een gele Sint Jacobsschelp op een blauwe achtergrond. In heel Noord-Spanje kom je ze veelvuldig tegen. Het zijn de wegwijzers voor alle pelgrims die op weg zijn naar Santiago de Compostela. In dit bedevaartsoord ligt het graf van apostel Jacobus, naar wie de schelp vernoemd is. Net als naar Rome leiden er vele wegen naar Santiago en op al deze trajecten vind je de wegwijzers van de “Camino de Santiago”. Daarnaast vind je er een grote hoeveelheid wandelaars met een flinke rugzak en fietsers met een volgepakte fiets. Allemaal op weg naar hetzelfde punt, de kathedraal van Santiago.
Zelf was ik er afgelopen week, in Santiago. Niet op bedevaart, maar om te koersen. De Volta da Ascension, de wielerronde van de hemelvaart. Hoe toepasselijk. Start was helaas niet op het prachtige plein voor de kathedraal in de binnenstad, maar in een nieuwerwets winkelcentrum. Vol goede moed startte ik, in de hoop opnieuw mijn neus een beetje aan het front te kunnen steken en ouderwets aanvallend te koersen. Helaas blies ik mezelf in mijn enthousiasme al gauw op en moest ik dit op een klim bekopen, ik werd gelost als een baksteen. Moederziel alleen fietste ik over wegen weg van Santiago, zonder een levende ziel tegen te komen. Niet eens een pelgrim. Het enige teken van leven was een groepje renners die iets later dan mij gelost waren. Na een aantal kilometer haalde ik op een klimmetje een ploeggenoot in. Hij zwalkte naar de kant van de weg en viel om. Astma. Dat zag er niet goed uit en ik besloot dat zijn gezondheid belangrijker was dan mijn eenzame strijd in de hoop op terug te keren in de koers. Na een aantal angstige minuten ging het wat beter met hem en kwam de grupeta langs. Ik pikte bij hen aan, de ambulancemedewerkers zouden zich verder over mijn ploegmaat ontfermen. Helaas zat er geen gang in de bus waarin ik terechtgekomen was, waardoor het al na dag 1 einde verhaal was, wat betreft mijn hemelvaartsronde. Erg jammer, want de conditie gaat echt weer de goede kant op na mijn ziekte in april. Wat ik nu nodig heb zijn juist de wedstrijdkilometers om opnieuw hardheid op te doen. Als investering voor de komende koersen.

Morgen weer een nieuwe kans. Volta a Lugo, opnieuw in Galicië, we zullen wel weer veel wegwijzers richting Santiago tegenkomen. 3 dagen afzien, maar de profielen zien er iets vriendelijker uit. Ik ga mijn best doen me wat meer koest te houden in het begin van de koers. Het klassement ga ik toch niet winnen, de kilometers heb ik nodig. 3 dagen koersen, 3 dagen afzien, in dienst van wat komen gaat. Ik heb er vertrouwen in dat het dit keer wel gaat lukken, de trainingen waren afgelopen dagen veelbelovend. Maar mocht het tegenzitten, dan kan ik altijd nog een extra training vanuit het hotel in Lugo invoegen. De schelpen volgen naar Santiago om een kaarsje te branden voor de goede afloop. Op bedevaart.



De val van de Filosoof
19 mei 2009

In het profpeloton rijden niet zo gek veel renners die een studie hebben afgemaakt. Velen hebben al op jonge leeftijd volledig voor het fietsen gekozen en omdat het zo’n tijd- en energierovende sport is is studeren daarnaast geen sinecure. Daarnaast wordt er in de wielerwereld nogal laagdunkend gedaan over studenten. Als je liever een boek leest dan eindeloos films kijkt ’s avonds op de hotelkamer sta je al gauw bekend als “de student” en in een adem door wordt er getwijfeld aan je geaardheid.
Pedro Horrillo, Bask in dienst van Rabobank, is één van die renners die doorgeleerd hebben. Hij werd pas op late leeftijd prof omdat hij daarvoor druk bezig was met zijn studie Filosofie. Toen hij eenmaal prof was liet hij niet, zoals velen, de opgedane kennis van zijn studie voor wat ze was. Al gauw schreef hij tijdens Tour de France en de Vuelta a España een column in kwaliteitskrant “El Pais”. Wielrennen vanuit een ander perspectief dan dat waaruit er doorgaans over geschreven wordt. Bijvoorbeeld vanuit het perspectief van de koffer van de renner, die tijdens de grote ronde een reis op zich maakt. Zijn columns waren in het peloton direct populair en algauw stond Horrillo bekend als “De Filosoof”. Vooral de columns die hij schrijft als hij zelf deelneemt aan één van de grote ronden en geven een mooi inzicht in het leven van een wielrenner tijdens zo’n wedstrijd, voor de vele mensen die zoiets nooit meegemaakt hebben. “Desde mi sillín” heten deze columns en ze zijn verzameld in een gelijknamig boek. Als hij uitvalt of niet deelneemt heten ze “Desde mi sillón”. Zijn overgang naar Rabobank opende een hele nieuwe markt voor zijn columns, de Nederlandse. In de Volkskrant verschenen “Vanaf mijn zadel” en “Vanaf mijn zetel”, die eveneens gebundeld zijn in een boekje, een aanrader!
Pedro Horrillo is geen kopman, geen veelwinnaar, niet één van de grote namen die de dienst uitmaken in de wielerwereld. Zijn bekendheid dankte hij tot voor kort vooral aan zijn columns. Sinds afgelopen zaterdag is dat veranderd. Hij is nu vooral bekend als de man die tijdens een afdaling in de Giro d’Italia de bocht uitvloog. Ploeggenoot Jos van Emden zag zijn fiets tegen de vangrail aan de rand van het ravijn staan en waarschuwde via het oortje direct de ploegleiding. Na een zoektocht werd door de hulptroepen 60 meter lager gevonden. Met vele botbreuken werd hij met behulp van een traumahelikopter uit zijn penibele situatie bevrijd en overgebracht naar het ziekenhuis in Bergamo. Hij was er erg aan toe, werd zelfs in een kunstmatige coma gebracht. Wonder boven wonder was de situatie niet levensbedreigend.
Vele filosofen zullen er niet geweest zijn die zich op 2 smalle bandjes met roekeloze snelheden van bergen afgestort hebben. Pedro Horrillo heeft zich ongetwijfeld het mogelijke gevaar beseft dat hij liep in dergelijke situaties. De val hoeft niet eens een fout van de renner te zijn geweest, een gat in de weg op een vervelende plek kan bij die hoge snelheden grote gevolgen hebben. Jaren is het goed gegaan, zaterdag ging het goed fout. Gelukkig kan deze Bask wel tegen een stoot, zijn favoriete wedstrijd is niet voor niets Parijs – Roubaix, de Hel van het Noorden. Hoewel de Noord-Franse kasseien kinderspel zijn bij de stenen die de Filosoof tijdens de 60 meter die hij omlaag viel tegenkwam zal hij ook deze klap wel weer te boven komen.

Vooralsnog is al het nieuws over de Filosoof positief, zijn situatie is ernstig maar stabiel. Vanaf deze plek wens ik Pedro Horrillo een spoedig herstel toe. Dat hij maar gauw terugkeert op zijn zadel, al is het alleen maar voor het schrijven van geweldige columns.



Giro
15 mei 2009

Eros Capecchi, Giairo Ermeti, Allesandro Bertolini, namen om duimen en vingers bij af te likken. Deze mannen, en vele andere Italiaanse wielrenners met namen die klinken als een klok zijn weer volop in het nieuws deze 3 weken. Het is mei. De maand van de Giro d’Italia. De eerste van drie grote ronden die elk jaar op de kalender staan. Meteen ook de mooiste. Niet alleen de namen van de renners zijn mooi, alles is mooi aan deze wedstrijd. De start en finishplaatsen, de landschappen waar de renners doorheen rijden, de bergen die bedwongen moeten worden. Maar ook de tiptop verzorgde Italiaanse kopmannen en gregarios, de rondemissen die de winnaars van zoenen voorzien. Maar het meest van al is de koers zelf prachtig. De organisatie zorgt voor een spectaculair parcours, waarbij niets te gek is. 5 cols in 1 etappe, passages over onverharde wegen, tijdritten van meer dan 60 bochtige kilometers. Het peloton heeft er ook altijd zin in in de Giro, dag in dag uit spektakel met explosieve aanvallen, onverwachte koerswendingen en koninklijke massasprints.
Met internet van de buren probeer ik de Giro zo goed mogelijk te volgen. Sommige dagen met meer succes dan andere. Gisteren heb ik slechts de laatste anderhalve kilometer gezien, doordat ik zelf hard en lang aan het trainen was. Vandaag stel ik mijn bezoek aan de fietsenmaker nog even uit om de laatste kilometers van de etappe naar Mayrhofen. Het peloton op een lang lint in achtervolging op Michele Scarponi en Vasil Kiryienka. Nog 10 kilometer te gaan, met een voorsprong van iets meer dan een minuut. De Wit-Rus krijgt kramp en moet lossen. De Italiaan staat er nu alleen voor, tegen een jagend peloton. Spanning tot de laatste meters! Gaat Scarponi het halen of niet?
Mooi, mooi, mooi, de Giro d’Italia!



Mañana
12 mei 2009

Spanje staat er bekend om. Het woord “mañana”. In het woordenboek staat als vertaling “morgen”, maar in de praktijk betekent het veel vaker “op een niet nader te noemen moment in de toekomst” of “misschien wel nooit”. Buiten dat beloven Spanjaarden nogal gauw iets. Zo werd mij duidelijk gemaakt dat er erg gauw na mijn verhuizing naar de piso van de ploeg een grote TV en een PlayStation zouden komen. Inmiddels zijn we 2 maanden verder en is er van TV of PlayStation nog geen spoor. De kast waarin de apparaten zouden moeten komen staat wel scheef in de woonkamer, een halve meter van de muur af. “Dat is voor het trekken van de kabels”. Ik ben benieuwd of die kast nog tegen de muur komt te staan dit jaar.
Het hoort bij het ritme van Spanje. Warmte, veel feesten, nog meer zon en vooral niet te hard werken. Voor iemand die de Hollandse manier gewend is is het een hele omschakeling. Tijden zijn rekbaar, afspraken facultatief. Als je iets gedaan wil krijgen moet je er vaak echt achteraan zitten. Al zo’n 30 keer heb ik om een pomp gevraagd voor hier in huis. Wel zo handig als je met een handjevol wielrenners ergens woont. Misschien is het verstandiger om er zelf één te kopen. Sneller is het in ieder geval.
Langzaam maar zeker merk ik dat het ritme mij ook te pakken krijgt. Afgelopen weken was er op fietsgebied niet zo heel veel te melden, maar dat was niet de reden dat er niets op mijn website verscheen. Het kwam vooral omdat ik telkens dacht “dat komt morgen wel.”

Maar nu is er dan eindelijk een nieuw stukje tekst van mijn hand! Uw wachten is beloond. Koester het, het kan zomaar de laatste zijn. Ik ben van plan morgen weer iets te tikken, maar ja, mañana, mañana…



Bar en boos
25 april 2009

Geen nieuws is goed nieuws. Meestal. Die vlieger gaat nu helaas niet op.
Ik ben vooral naar Spanje getrokken voor de meerdaagsen. Dus afgelopen week reisde ik vol goede moed af naar Galicië, waar de eerste Vuelta op het programma stond. De dag voor de eerste etappe reden we een losse koers. Een groot deel van de koers ging het goed, maar naar het einde toe verslechterde het. Last van pijn in de benen, maar ook in rug en achillespezen, in combinatie met een pittig klimmetje, zorgden ervoor dat ik als voorlaatste, op flinke achterstand, over de finish reed. Na de koers heb ik nog wat aan de houding op de fiets gesleuteld, zodat die pijn in ieder geval verdwenen zou zijn de volgende dag. Bovendien lag het toen nog in de lijn der verwachting, na een week met weinig training en wat ziekte, dat met de dagen de kracht nog terug moest keren in de benen.
Eerste etappe. Neerslag, kou, heuvels en een regen van aanvallen. Ondanks dat ik (volgens een ploeggenoot) minstens 80 keer heb aangevallen zat ik niet bij de uiteindelijke kopgroep. Verder voelde het nog wel goed die eerste etappe. Alleen toe op het eind op een pittig klimmetje het gas echt geopend werd door de grote mannen was het gauw einde verhaal. In een groepje op achterstand passeerde ik de meet. Op zich nog steeds geen ramp, het zou de dag erna wel weer beter gaan.
En toen begon het gedonder. Misschien ligt het aan de nr. 13 ligt die groot op de fiets van de ploeg prijkt. Misschien is er heel iets anders aan de hand. Hoe dan ook, de nacht na de eerste rit begon mijn keel op te spelen. Pijn bij ademen, pijn bij slikken en klieren groot als golfballen. Niet echt prettig, maar na ’s ochtends wat pillen en met pijn en moeite wat rijst, tortilla en brood naar binnen gewerkt te hebben, toch van start gegaan. De ploegleider zei me dat ik niets moest doen, de hele dag tussen de wielen rijden, krachten sparen, overleven. Lang geleden dat ik voor het laatst op die manier gekoerst heb. Als het al eens is voorgekomen. Een aantal keer werd ik gelost, gelukkig nooit alleen. Aan de voet van de slotklim zat ik opnieuw in het peloton, de finish halen binnen de tijdslimiet zou dus geen probleem zijn.
De volgende nacht was bar en boos. De klieren waren nu groot als tennisballen en om 5 uur werd ik wakker omdat ik bijna geen adem kon halen. De situatie werd na het moeizaam drinken van veel water gelukkig iets beter en uiteindelijk viel ik opnieuw in slaap. Aan het ontbijt kon ik nauwelijks eten. Een bezorgde ploeggenoot zei me dat ik wat meer moest eten, anders zou de kaars na 50km uitgaan. De kaars ging na 15km uit, op de eerste klim. Zat ik aan de voet nog bij de eerste 10 van het peloton, na een kilometer reed ik er eenzaam achter. Kansloos gelost. Tijdens het inrijden vroeg ik me al veelvuldig af of ik niet beter in de ploegleiderswagen kon gaan zitten. Dat gebeurde nu alsnog.

Vervolgens een antibioticakuur van 5 dagen. Verschrikkelijke rommel, slecht voor je lichaam, slecht voor de conditie. Dat heb ik afgelopen donderdag gemerkt tijdens Trofeo Santiago in Palencia. Met de Angliru in de benen, een berg die met niets te vergelijken is en die ik dinsdag voor het eerst beklommen heb, ondanks de sneeuw. Maar die voorbereiding mocht niet baten. Een koers op het lijf geschreven van Nederlanders. Van de 4 kaaskoppen die aan de start stonden drukten er 3 een duidelijke stempel op de koers kon drukken. Pol Nabben won de koers, na een solo. Zijn ploeggenoot Joost van Haren was een belangrijk hulp bij Pols overwinning, en werd zelf nog 6e. Paul Kneppers ging met de bergprijs naar huis. Alleen ik deed voor spek en bonen mee. Kansloos gelost op een kort klimmetje, kwam ik terecht in een grupetta. Eenmaal uit koers, zag ik vanaf de zijkant Pol Nabben zijn zoveelste solo winnend afsluiten.
Morgen weer een nieuwe dag, nieuwe koers, nieuwe kans. Memorial Inguanza, onderdeel van de Copa de España. Eerlijk gezegd zie ik het somber in. De klieren zijn opnieuw pijn gaan doen, de keel heeft weer moeite met slikken. Ik ben een beetje bang dat er meer aan de hand is dan zomaar een flinke verkoudheid of keelontsteking. Als het morgen niet beter gaat ga ik dat maar eens laten onderzoeken. Als daar niets uit blijkt wordt het hoog tijd de nummer 13 op mijn fiets af te plakken. Als er wel iets uit blijkt vermeld ik dat hier op de website. Dus voorlopig is het wel even “geen nieuws, goed nieuws”.



Kaal
15 april 2009

Van mijn moeder mocht het nooit. Toch wou ik het wel eens proberen. Grote kans dat het er niet uit zou zien, maar ja, met de tijd trekt het wel weer bij. Nu had ik er een mooie aanleiding voor en bovendien was mijn moeder niet in de buurt. Dus het moest er maar eens van komen.
Inmiddels is het gebeurd. Afgelopen zondag heb ik mijn kop kaalgeschoren. De Volta a Galicia staat voor de deur, met aan het eind van de tweede etappe een aankomst bergop. In navolging op gevleugelde klimmers als Marco Pantani en Michael Rasmussen heb ik nu een kop als een biljartbal. Met als belangrijkste excuus de gewichtsbesparing, het scheelt minstens een halve kilo. Of ik er ook daadwerkelijk harder door bergop ga rijden zullen we donderdag zien. Ergens door mijn kale achterhoofd speelt het Bijbelverhaal van Samson, de man van wie de kracht in zijn haar zat. Toen het haar van de sterkste man op aarde afgeknipt werd was hij plots slap als een vaatdoek. Maar de overmacht waarmee Piraat Pantani en Rasmussen, de Kip, de concurrentie uit het wiel reden bergop de afgelopen jaren stelt mij dan weer gerust. Hoewel, die beschikten wel over bepaalde hulpmiddelen waar ik geen gebruik van maak. Maar goed, dat kan nooit de enige reden zijn dat ze zo hard reden.

Mijn moeder heeft wel gelijk gekregen. Het ziet er niet uit, die biljartbal. Echt eraan wennen zal niet makkelijk zijn, het is toch elke keer een beetje schrikken als ik in de spiegel kijk. Het heeft wat ongezonds zo’n haarloos hoofd. Gelukkig hoeft het ook niet te wennen, het groeit gauw weer aan. Voorlopig niet, voorlopig jeukt het vooral. En bij gebrek aan haar als isolatie heb ik gauw een koud kop. Na afloop van een training of wedstrijd staat de afdruk van mijn helm overduidelijk in mijn hoofdhuid gedrukt. En ik moet oppassen in de zon, huid die de zon nooit heeft gezien verbrandt immers gauw, en de zon heeft doorgaans de neiging van bovenaf te schijnen. Kortom, het is geen onverdeeld succes.
Ach ja, dat is het risico dat je neemt, als je iets dergelijks probeert. Voorlopig zie ik weinig reden voor herhaling. Toch heb ik geen spijt. Je komt er pas achter als je iets probeert.

Er zijn trouwens wel enkele bijwerkingen. Sinds zondag heb ik alleen nog maar trainingspakken gedragen. Die zitten echt heel lekker. Ze maken ook het ongecontroleerde slaan en schoppen van mijn armen en benen een stuk makkelijker. Gisteren schrok ik plots wakker toen ik bij een etalageruit stond. Ik stond er al minstens een half uur, voor mij op de grond lag een plas kwijl, duidelijk afkomstig uit mijn mond. Achter de ruit stond een paar Nike Air Max. Uit mijn koptelefoon komen vooral de snelle beats van de Party Animals en Flaman & Abraxas, tragere muziek kan mij momenteel geen 5 seconden geboeid houden. Het is maar te hopen dat ik geen XTC tegenkom de komende dagen, want ik betwijfel sterk of ik daar nu weerstand tegen kan bieden. Keihard gaan zal daarmee wel lukken, maar bij een dopingcontrole vinden ze dat spul zeker. Hoewel, 2 jaar schorsing klinkt zo gek nog niet, dan kan ik wel mooi naar Thunderdome!



Vakantie
10 april 2009

Het is Pasen. Semana Santa, de Heilige Week. In Spanje wordt dit gevierd met allerlei processies, religieuze optochten door steden en dorpen. In sommige gevallen compleet met toneelstukken waarin passages van het Paasverhaal uit de Bijbel worden nagespeeld, een enkele keer gaat men zelfs zover dat aan zelfkastijding gedaan wordt. Bovendien heeft het land vakantie. Heerlijk!
Voor mijn dagelijkse bezigheden maakt het niet veel uit. Nou ja, boodschappen doen is niet mogelijk nu de winkels dicht zijn, maar verder is er weinig veranderd. Eten, trainen, veel rusten en verder vooral doen waar ik zelf zin in heb. Mijn leven is op dit moment eigenlijk één grote vakantie. Toch merk ik duidelijk dat het vakantie is. Als ik uit het raam aan de noordkant van ons huis kijk is het bouwterrein waarop ik neerkijk leeg. Er gebeurt niets. Een beetje saai, maar tegelijkertijd lekker rustig. Normaal word ik om een uur of 8 gewekt door de grote lawaaierige machines die alweer druk in de weer zijn. De nog lawaaierigere kinderen die buiten spelen bij de school aan de zuidkant van de piso, zijn deze week ook afwezig. Nu kan ik heerlijk ongestoord doorslapen tot een uur of 10, als mijn lichaam dat nodig heeft. Wat een rust.
Dat is wel nodig ook, die rust. Komende week is de eerste meerdaagse. Volta a Galicia. Straffe kost, 5 dagen koersen. De eerste Vuelta van het seizoen, alle dagen koers op het scherp van de snede. Dag 2 aankomst bergop. Het wordt hoe dan ook afzien. Maar wel meer kans op vluchtgroepen die tot de finish wegblijven, zeker als de benen na een paar dagen bij iedereen pijn doen. Dus is het belangrijk de eerste dag goed uitgerust aan de start te staan. Onder deze omstandigheden moet dat wel lukken.
Heerlijk, die vakantie!



David de la Fuente
7 april 2009

David de la Fuente komt uit Reinosa, midden in de bergen van Cantabrië. In 2003 stapte hij, op 21-jarige leeftijd, over naar de profs. In tegenstelling tot de meeste jonge profs was hij al gauw alom bekend binnen het peloton. Niet omdat hij zoveel in het peloton reed, maar omdat hij er zoveel voor reed. In de aanval. Ontsnapt. In de vroege vlucht. De eerste keer dat ik zijn naam tegenkwam was de opmerking “die jongen houdt er zeker niet van in het peloton te rijden? Hij rijdt meer kilometers voor, dan in de grote groep.” Veel overwinningen leverde het hem in zijn eerste jaren als prof niet op. Wel werd hij in 2006 verkozen tot strijdlustigste renner van de Tour de France. Dat kwam voor een groot deel omdat hij veelvuldig op zoek ging naar punten voor het bergklassement. Uiteindelijk deed Michael Rasmussen het beter in de strijd om de bolletjestrui, maar vanwege zijn strijdlust mocht David alsnog het podium beklimmen in Parijs.
Met de jaren verminderde het onbezonnen aanvallen van David de la Fuente. Steeds meer ging hij wachten tot de beslissende momenten in de koers. In 2007 volgde zijn eerste echte overwinning, Gran Premio Llodio. Dit weekend heeft hij opnieuw een grote koers bijgeschreven op zijn palmares. In een lastige, bochtige slotkilometer van GP Miguel Indurain, ontsierd door een val van de motorcamera (ga voor beelden naar op YouTube) ging de la Fuente van ver aan en wist niemand meer over hem heen te komen. Als hij zo blijft rijden zullen er nog vele overwinningen volgen.

Of ze mij al met David de la Fuente vergelijken weet ik niet. Het zou niet geheel onterecht zijn. In mijn eerste 6 wedstrijden dit jaar ben ik 4 keer serieus ontsnapt geweest. Totaal al ruim meer dan 200km. Onbezonnen? Ongetwijfeld. Onnadenkend? Soms. Het heeft me vooralsnog niet veel resultaten opgeleverd. Ook deze zondag, in Memorial Valenciaga niet. Kort na de top van de eerste klim reden 2 man weg. Ik sprong er gauw naartoe en later sloten nog 11 man aan. Gezamenlijk bouwden we een voorsprong van 2 minuten op. Motoren met fotografen en één van de televisie cirkelden om de groep heen. Ondanks de kou en de grijze lucht stonden op alle klimmen grote hoeveelheden publiek, te klappen en te juichen. Door het vrij geleidelijke tempo in de kopgroep viel het afzien wel mee. Het was vooral genieten. Af en toe waande ik me in een profkoers. De voorsprong werd helaas niet meer dan 2 minuten en na 75km was ons avontuur weer voorbij.
In hoeverre ik de pijntjes tot dan toe had weggestopt weet ik niet, maar vanaf het moment dat we teruggepakt werden begonnen mijn rug, buik en keel op te spelen. Rug vanwege de nog niet optimale houding op mijn nieuwe fiets. Buik en keel als gevolg van een ziekte die blijkbaar onder de leden zat. De koers heb ik niet uitgereden, ik stond geparkeerd op de voorlaatste klim. Ik besloot dat het beter was om te draaien en terug te rijden naar Eibar. Daar lagen start en finish, en waren we net doorheen gekomen. Had ik dat niet gedaan, dan was ik waarschijnlijk niet voor het donker binnen geweest.
De nacht van zondag op maandag heb ik 15 uur geslapen. Maandag was een dag vol buikpijn, hoofdpijn, keelpijn, wat duizeligheid en ook nog wat last van de rug. Een dag om gauw te vergeten. De lange, harde trainingen die ik voor deze dagen in de planning had staan worden even opgeschort. Eerst maar eens het lichaam wat rust geven om te herstellen, als ik me weer goed voel zien we wel weer verder. Er volgen nog zat koersen. Zat kansen om aan te vallen. Zat kansen om mij van voren te laten zien. Of eindelijk eens te wachten tot het juiste moment en er met de prijzen vandoor te gaan. Net als David de la Fuente!



Genieten
3 april 2009

Zumaia ligt aan de kust. De Noordkust van Spanje, waar het Baskenland de Golf van Biskaje induikt. Hoewel ik er nog nooit geweest ben en het dorpje slechts zo’n 9000 inwoners telt, heb ik er al veel over gehoord. Dat komt door het strand ten westen van het dorp. Dit strand is niet alleen zeer geschikt om te genieten van zon en zee, ook geologen kunnen hier hun hart ophalen. De kliffen boven het strand vormen een prachtige, goed ontsloten, scheefstaande serie, die begint in het Maastrichtiën en eindigt in het Paleoceen. De Krijt-Tertiargrens is hier duidelijk zichtbaar, de grens tussen het tijdperk waarin Dinosaurussen de aarde bevolkten en onze huidige tijd, waarin zoogdieren de dienst uit zijn gaan maken. Weliswaar is de kans dat je hier dinobotten vindt bijzonder klein, het gebied lag in die periode onder zeeniveau, toch is het een interessante plek, de moeite van het bezoeken meer dan waard voor mensen die geïnteresseerd zijn in geologie.

Komende zondag passeer ik Zumaia. Veel oog ga ik niet hebben voor het zojuist beschreven stukje natuurschoon. Ik zit dan namelijk middenin de Memorial Valenciaga. Afzien gegarandeerd. Het is niet zomaar een koers, het is een speciale. Copa de España, alle grote ploegen doen mee. Maar dat is het hem niet eens. In Valenciaga valt een profcontract te verdienen. Zaterdag rijden de profs GP Miguel Indurain, maandag begint voor hun de Vuelta al Pais Vasco. Allebei koersen in het Baskenland, met zondag tussendoor een rustdag. Deze rustdag wordt steevast ingevuld met het kijken bij Valenciaga. Zowel renners als ploegleiders staan langs de kant om te zien wat de grote talenten in het huidige amateurpeloton zijn. En de amateurs weten dit. Het parcours leent zich voor het gooien van bommen, alleen grote namen winnen hier. De beste amateurs staan tot op het bot gemotiveerd en tot de tanden gewapend aan het vertrek. Deze koers is geen half werk, hier wordt oorlog gemaakt. Er valt immers niet iedere dag een profcontract te verdienen.
Naast renners en ploegleiders weten ook de Spaanse wielerliefhebbers het belang van deze koers. En de pracht. Een opeenvolging van bergen in het hart van het wielergekke Baskenland, op de vrije zondag. Bij Memorial Valenciaga staan meer toeschouwers langs de kant dan bij veel profkoersen. Sensatie is immers gegarandeerd.
Geen idee wat ik ervan moet verwachten. Het zal afzien worden, dat is zeker. 163km op een loodzwaar parcours met een aantal stevige klimmen en de beste amateurs van Spanje aan de start, dat is ver. Het gaat iedere week beter, zeker bergop, maar of ik hier al potten kan breken? Afzien gaat het worden, en daarnaast genieten. Niet van de prachtige gesteenteopeenvolging bij Zumaia, wel van het fanatieke publiek. En met gelijke wapens strijden. Ik ben tot op het bot gemotiveerd en tot de tanden gewapend. Met onder meer een gloednieuw scheurijzer, de ploegfiets van ProRace is eindelijk binnen. Nog 2 nachtjes slapen. Ik kan niet wachten.



Vroeg
30 maart 2009

Het is 7 uur ’s ochtends. Nou ja, dat geeft de klok aan. Maar diezelfde klok is vannacht een uur vooruit gezet. Voor mijn lichaam voelt het dus als 6 uur ’s ochtends. En ik ben laat gaan slapen, na twaalven, zoals alle dagen. Dat soort ritmes zijn nou eenmaal lastig te doorbreken.
Met dichtgeknepen ogen probeer ik mijn beleg óp mijn brood te smeren, en niet ernaast. Dat is verdorie lastig. Met moeite werk ik één boterham weg. Nou ja, boterham, dat is een beetje veel eer voor het zielig kleine stukje brood op mijn bord. De rest gaat in een plastic zak, eet ik onderweg wel op. Nog een kwartier en we worden opgehaald. De regen komt met bakken uit de hemel.

10 uur. Nog een half uur voor de start. Ik kijk om me heen. Het is grauw. De hemel door de wolken, de gezichten van mijn ploeggenoten door hun humeur. Spanjaarden houden niet van regen. Chilenen nog minder. Behalve Mario, die is niet kapot te krijgen. Met een grijns zegt hij: “Lluvia y frio, dia buena para ti” “Si, tiempo holandes” grijns ik terug. Mijn grijns verandert in een enorme geeuw, zoals alleen leeuwen dat kunnen. Die grote bak cafe con leche slaat blijkbaar nog niet echt aan. Met die regen en kou, dat Hollandse weer, is het misschien wel een mooie dag voor mij, maar dan moet ik wel eerst wakker worden.

We zijn een uur verder. Van het eerste half uur heb ik weinig meegekregen. Wakker was ik nog niet. Ja eventjes, toen ik boos werd op iemand die me op een belachelijke manier in wou halen. Even speelde ik met de gedachte om hem recht in zijn gezicht te slaan. Het bleef bij wat gescheld. In het Nederlands, zo wakker was ik ook weer niet. Hij keek een beetje raar, maar de boodschap was duidelijk. Verder heb ik een hoop aanvallen gezien, niemand kwam echt weg. Behalve de groep waarin ik nu zit. Eindelijk word ik een beetje wakker, hoewel ik daar direct weer aan twijfel. Het lijkt wel of ik dubbel zie. De pijn in mijn benen neemt de twijfel weg. We zijn dus echt met zijn zessen weg, met 3 man van Cueva el Soplao. Gesponsord door een toeristische trekpleister, een grottencomplex hier in de buurt. We zijn er op de heenweg nog langs gekomen. Daar heb ik niets van meegekregen, toen zaten mijn ogen strak dicht.
Een paar kilometer verder kijk ik eens achterom. Een grote sterke vent van Cidade Lugo bokst in zijn eentje tegen de wind in, op weg naar ons toe, met in zijn wiel, jawel, nog een renner van Cueva el Soplao. Gezellige boel wordt dat hier vooraan.

Helaas is de vlucht geen lang leven beschoren. Na 30km in de aanval worden we teruggepakt. De wedstrijd begint weer van voren af aan. Korte tijd later rijdt opnieuw een groep weg. Ook die wordt teruggepakt, met iets meer dan 10km voor de wielen. De laatste klim volgt. Ik begin achteraan in een groep van een man of 50. Stom. Er vallen gaten, ik zit erachter. Sterk genoeg om mee te kunnen, toch gelost. 29 man gaan sprinten voor de bloemen. Ik wordt 30e. De ploeg is tevreden. Ik niet. Volgende keer wat meer moeite doen om vooraan aan de klimmen te beginnen. Er zit meer in dan dit. Zelfs als ik bij de start nog maar half wakker ben. Of misschien wel juist dan.



Dubbel
24 maart 2009

Na een weekend zonder koers had ik dit weekend een dubbel programma. Zaterdag Trofeo Iberdrola, een wedstrijd in provincie Zamora. Die provincie bestaat uit een hoogvlakte waar riviertjes zich in diepe dalen hebben ingesneden. Koersen in deze regio zijn Spaans vlak, veel vals plat, een aantal korte klimmetjes en een flinke puist wind. 165km met start en finish vlakbij één van de stuwdammen die het bedrijf Iberdrola groot hebben gemaakt. Kortom, een koers die op mijn Hollandse lijf geschreven is.
Enorm gemotiveerd stond ik aan de start met het plan om nou eens niet vanaf kilometer 0 erin te vliegen, als een kip zonder kop, maar mijn krachten wat te sparen tot later in de koers. Toen er een man of 20 wegreed binnen 10km was ik aardig trots op mezelf dat ik me in wist te houden en niet meesprong. Met nog meer dan 150km voor de wielen zou dat wel goed komen, later in de koers. Dacht ik. Rond halfkoers stond de wind eindelijk goed om het flink op de kant te zetten, wat de ploeg Super Froiz dan ook deed. Met 3 sterke mannen maakten ze een mini-waaier. Dit bleek genoeg om het peloton aan alle kanten te laten breken, Spaanse klimgeiten zijn niet bepaald gewend aan op het kantje rijden. Pol Nabben en ik, 2 flink opgeschoten Hollanders, zijn dat wel. We zaten, uiteraard, in de eerste waaier achter de kopgroep. Op lange rechte stukken zagen we deze groep telkens voor ons rijden, steeds meer renners kwamen terugwaaien. Helaas veranderde deze situatie niet tot de finish. Met relatief weinig vermoeide benen in de auto terug kwam ik tot de conclusie dat ik toch mee had moeten gaan in de ontsnapping. Voortaan niet meer trots zijn als er zo’n grote groep vroeg in de koers wegrijdt, maar zorgen dat ik mee zit. Nu finishte ik op een roemloze 31e plaats, terwijl top 10 er zeker in had gezeten. Joost van Haren (vanaf het begin mee van voren) en Pol (nog weggereden met een groepje) bevestigden dat deze koers geschikt is voor Hollanders door beiden wél top 10 te rijden.

Dubbel gemotiveerd stond ik de dag erna aan de start van GP San Jose in El Astillero. Een omloop in een relatief vlakke koers, voor zover dat mogelijk is in Cantabrië. Ik was erop gebrand dan hier te laten zien wat ik in huis heb.
Ronde 1: 1 serieuze ontsnappingspoging met 5 man, ik zit mee. Na een halve ronde teruggepakt. Ronde 2: na een hoop pogingen ontsnapt er een groepje van een man of 8. Ik zit op kop van het peloton en kijk om of er echt niemand van mijn ploeg meespringt. Niemand te bekennen, terwijl we toch met 12 man aan de start stonden. Ik vloek in het oortje en ga dan zelf maar weer in de achtervolging. Wonder boven wonder gaat niet het complete peloton mee. Een kopgroep van een man of 14 ontstaat, die door goed samenwerken lange tijd weg blijft. Met nog 3 ronden te gaan, en slechts een kleine voorsprong op het peloton, besluit ik dat dit het ook niet helemaal is. Bij het passeren van de finish trek ik door en krijg 1 renner mee. Samen houden we het zo’n 20km uit tegen het peloton die inmiddels de rest van de kopgroep heeft bijgehaald. Met nog anderhalve ronde te gaan worden we teruggepakt. Vele reacties krijg ik op mijn manier van koersen. Deze reacties variëren van “Holandes Loco” tot “Que Maquina”. Maar de koers is nog niet gedaan. In de slotfase rij ik mijn frissere ploeggenoten nog door de wind naar voren in de voorbereiding van de sprint. Het mag niet baten, uiteindelijk worden Mario en Borja 6e en 12e. Volgende keer beter. Zelf was ik 57e, niet bepaald iets om over naar huis te schrijven. De manier waarop ik gekoerst heb is dat wel Hoe de ploeg denkt over mijn optreden vandaag is gauw duidelijk. Ik word na de finish overladen met complimenten en felicitaties. Met een brede grijns neem ik deze in ontvangst, terwijl ik in mijn achterhoofd denk “dit is pas het begin”.

Geen goed resultaat dit weekend en een dubbel gevoel . Zaterdag een mooie kans gemist op een serieuze uitslag in een koers die telt. Zondag een vertekend beeld, geen goed resultaat, wel een goede koers gereden. De conditie is prima in orde en het seizoen is nog lang. Als ik zorg dat ik niet te vaak zulke fouten maak als zaterdag is het een kwestie van tijd tot de korte klasseringen komen. Wie weet zondag al in de Trofeo San Lorenzo, opnieuw in Cantabrië.



Buitenbladdagen
15 maart 2009

Het was koud, slecht weer, grijze hemel, harde wind. Nederland eind januari. Onderweg naar één van de eerste trainingskoersen van het seizoen reden we met Swabo richting Rotterdam Airport, om op het parcours van Ahoy onze eerste snelle rondjes te draaien. Vincent van der Kooij was aangehaakt, de voormalig professional zat uit de wind, op de praatstoel. “Bij Bankgiroloterij hadden we tijdens trainingskampen voor aanvang van het seizoen wel eens Buitenbladdagen. Dan besloten we de hele dag niet van het buitenblad af te komen, ook niet als het wat omhoog liep. Best pittig, maar goed voor de kracht.” Heerlijk om naar dat soort verhalen te luisteren terwijl je zit te tollen over een fietspad langs de Vliet dat al jaren geen geheimen meer voor je heeft.
In Nederland kreeg ik vaak het verwijt naar mijn hoofd dat ik zo zwaar reed. Weliswaar op het binnenblad zat ik inderdaad meestal een paar tanden zwaarder dan mijn trainingsmaten. Dus ik slingerde maar iets naar hun hoofd over een trutverzetje en fietste lekker verder.
Het wielrennen zit altijd vol indianenverhalen. Bij Swift reed jarenlang iemand rond zonder binnenblad, gebruikte die toch niet. Zijn naam kan ik me zo gauw niet herinneren, maar van zijn dijen waren flinke hammen te snijden. En dan is er nog Maas van Beek…

Hier in Spanje heb ik in de eerste weken ook al de nodige opmerkingen moeten verdragen. Nu ben ik plots degene met een trutverzetje. Hoewel er geen training echt vlak is wordt het binnenblad zo min mogelijk gebruikt. Voor stroken bergop van minder dan een kilometer wordt er echt niet van het buitenblad afgeschakeld. Liever harkend omhoog dan met soepele tred. Hier zijn vrijwel alle dagen buitenbladdagen. Vol ongeloof, wantrouwend, wordt er gekeken naar mijn soepele tred. Toen ik van de week een stuk op mijn binnenblad boven de 40 reed raakten mijn ploeggenoten er niet over uitgepraat. In hun stem klonk een combinatie van bewondering en afkeer. Die zotte Hollander met zijn duizelingwekkende tred, dat kan toch nooit lang goed gaan?
Donderdag besloot ik dat het tijd werd te laten zien dat ik ook kan stoempen. Bergop, bergaf, grotendeels op kop. Het beviel goed, misschien is dit wel waarom de Spanjaarden als brommers bergop rijden. Het beviel zelfs zo goed dat toen de rest na 4 uur huiswaarts keerde ik er nog even twee uurtjes aanvast plakte. De conditie wat aanscherpen, ter voorbereiding op de komende koersen. Die laatste uren voelden beangstigend gemakkelijk aan. Misschien ben ik hier wel voor in de wieg gelegd, ben ik op weg naar de top. Een Hollandse motor die de Spaanse brommers op een angstaanjagend verzet op een hoop rijdt.

Het zou overigens ook goed kunnen dat mijn knieën binnenkort afbreken.



Kwart
10 maart 2009

Het is zaterdag 7 maart 2009. Terwijl de regen onafgebroken uit de grijze hemel neerdaalt klinkt het startschot van de GP Camargo. Een koers over 137km met vlakkere stukken en een aantal klimmetjes hebben we voor de wielen. Het ziet er niet naar uit dat het droog wordt. Zoals het de afgelopen week ook nauwelijks droog was in de Asturias. De gezichten van veel Spaanse renners staan op onweer. Bij mij valt dat wel mee. Ik heb zin om te koersen, erin te vliegen. Niet denken maar rijen. Dus dat doe ik ook, vanaf kilometer 1.

Bij slecht weer is het een stuk makkelijker winnen. De helft van het peloton heeft geen moraal en van de andere helft is de helft niet goed genoeg. Wielerwijsheid van Johan van der Velde. Met dat in mijn achterhoofd val ik onafgebroken aan. Nou ja, onafgebroken, op het moment kom ik bergop nog wat te kort, dus wordt ik door een half peloton voorbijgereden en moet ik me terug naar voren knokken om opnieuw aan te kunnen vallen. Maar eenmaal terug vooraan probeer ik het nog maar eens. Uiteindelijk met succes.
Na ongeveer 35km koers rij ik weg met 2 andere jongens. We knokken tegen de wind in en houden lange tijd een voorsprong op het peloton. Tot er opnieuw een klim volgt. Met wat moeite blijf ik in het wiel hangen, terwijl ik vanachteren een groep zie naderen die weg is gereden uit het peloton. Een man of 8, met daarbij 3 ploeggenoten! Dat ziet er erg goed uit, helaas komt op de top van de klim ook het peloton terug aansluiten. Dus ga ik nog maar eens in de aanval. Dit keer met minder succes. Ik ben naar de klote.
Vandaag hoorde ik bij het kwart van het peloton dat niet goed genoeg was. Hoewel, misschien als ik wat zuiniger met mijn krachten omgesprongen was dat er wel een mooi resultaat ingezeten had. De benen voelden goed tijdens de verschillende ontsnappingspogingen en de positie op de fiets is inmiddels een heel stuk beter. Nu veel trainen, veel bergop rijden, om te zorgen dat dat niet meer mijn zwakke plek is. Zondag 15 maart volgende koers, GP Macario in de omgeving van Madrid. Hopelijk onder een stralend blauwe hemel.



Interview
3 maart 2009

Voor de website van Construcciones Paulino, www.scpa.es ben ik geïnterviewd. Over verwachtingen en dergelijke. Zowel in het Spaans als in het Nederlands (klik op de Nederlandse vlag). Veel leesplezier!



De kop is eraf
2 maart 2009

De eerste koers is voorbij. Nu weet ik wat beter waar ik sta. De conditie is in orde, de benen zijn goed. De afstelling van de fiets laat echter nog wat te wensen over. Dat merk je vooral tijdens de koersen, als je tot het uiterste moet gaan. Tijdens de Trofeo Guerrita kreeg ik hierdoor kramp in mijn rechterkuit en enorme last van mijn rug. Vooral tijdens het koersen in de beugel, (staand) klimmend voelde alles een stuk beter aan.

Vandaag verhuis ik naar mijn huis voor het komende halfjaar, een "piso" in het centrum van de mooie stad Oviedo. Verder staat deze week in het teken van bijschaven van de afstelling van de fiets, verder kennismaken met mijn ploeggenoten en natuurlijk hard trainen. Komend weekend is het weer koers.



Twijfel
28 februari 2009

De eerste koers van het seizoen staat voor de deur. Dat brengt een hoop twijfel met zich mee. Heb ik genoeg getraind? Kan ik het Spaanse nivo aan? Heb ik al genoeg gevoel met mijn nieuwe fiets opgedaan in de weinige kilometers die ik erop gereden heb?
Het wordt me er niet makkelijk op gemaakt door de ploeg. In plaats van de regionale wedstrijd in Zamora die ik zou rijden ben ik plotseling opgesteld in de Trofeo Guerrita. Een wedstrijd uit de Copa de España. Dat is het belangrijkste klassement van klassiekers in Spanje. Ik word dus gelijk voor de leeuwen gegooid.
Alsof dat niet genoeg is ben ik ook nog eens enorm verkouden.

Het klinkt misschien allemaal wat negatief, maar ik zie het zeker niet somber in. Verkoudheid is vaak een teken van vorm. De trainingen en trainingskoersen verliepen de laatste weken prima. En twijfel zorgt voor scherpte. Laat maar komen die koers, ik ga knallen morgen!



Swabo in Catalonië
25 februari 2009

Tijdens de 2 weken dat Swabo in de buurt van Girona resideerde waren er een aantal trainingskoersen in de omgeving. Deze zogenaamde “Socials” stonden open voor alle categorieën. Om te zien hoe de conditie ervoor stond besloten de mannen van Swabo aan enkele van deze koersen mee te doen.
De eerste koers was in Bescano, op een half uurtje fietsen van onze uitvalsbasis. Om half 9 al zaten we op de fiets. Aangekomen in de startplaats werden gauw hele sloten koffie besteld, noodzakelijk om de ogen open te krijgen.

Om even na tienen klinkt het startschot. Nog 72km koers.
Enkele ploegen zijn wel erg serieus aan het aanvallen. Alsof het een WK betreft. Dat is het voor hun vast ook zo, ieder heeft zijn eigen doelen in een wielerseizoen. De pijn in de benen valt niet mee, maar dat verbaast me niets na die eenzame beulentraining van meer dan 7u van gisteren. Nog 65km te gaan.
Bonmati, we zijn aan de voet van de eerste klim, er zijn 4 man weg. Niemand mee van Swabo. In de veronderstelling dat mijn benen vandaag toch niet echt mee zullen werken zet ik mij op kop. Dan blijft die kopgroep in ieder geval binnen handbereik. Ik duw een belachelijk groot verzet weg. Nog 51km tot de streep.
De 2e klim. Kopgroep is teruggepakt. Benen zijn toch wel goed. Paul Kneppers geeft gas, met Peter van Dijk in zijn wiel, dan een Catalaan, dan ik. De Catalaan geeft af, ik schakel bij en rij naar Paul en Peter toe. Nog 35km voor de wielen.
Ik kijk om. Aan dit tempo kunnen er toch zeker niet veel volgen? Dat zou slecht zijn voor mijn moraal. Ik kijk in het gezicht van Ronald, en zie een enorme grimas. Daarachter? Een gat. 4 Hollanders op kop op een klim, wat gebeurt hier? Nog 34km tot de meet.
Paul schakelt naar zijn binnenblad. Dit gaat fout, de ketting valt ernaast. Paul valt weg, vlak voor de top van de 2e klim. 3 Swabo’s op kop. Met pijn in de poten, maar dat zal bij de rest niet minder zijn. Nog 33km te gaan.
Tegen een overmacht proberen wij onze voorsprong te verdedigen. Dit is geen doen, valsplat omlaag met de wind op de kop. Einde ontsnappingspoging. Nog 22km te gaan.
Ik zit te ver. De derde klim begint, er is een groepje weg met een mooie voorsprong. Die kregen de ruimte in het vlakke dal. Nu sleurt Ronald aan de kop met Paul en Peter in zijn wiel. Ronald geeft af, Paul en Peter zetten door en rijden weg bij het peloton. Ik zit te ver om mee te kunnen. Nog 9km koers.
Eindelijk van voren. Het vlakt af. Terug naar het buitenblad en knallen. Niemand kan mee. Mooi. Nu proberen aan te sluiten bij de achtervolgende groep met Paul en Peter. Maar ik ben te laat. De top is daar. En het gat achter me is ook niet zo heel groot. Dan moeten ze de klus samen klaren, met wat mannen die ze hebben opgeraapt uit de uiteengevallen kopgroep. Over 6km zijn we thuis.
De pelotonsprint begint. Ik raak even ingesloten, maar na wat duwen en trekken vind ik een gat. Het loopt steil bergop. De pijn in de benen is vandaag nog niet zo erg geweest. Nog 100m, kan ik die laatste renner nog achterhalen? Nog 50m, ik kom dichter, maar ik kom te kort. Finish. 2e van de grote groep. Met 7 man vooruit betekent dat 9e. Mooi voor het gevoel, zeker na die training van gisteren. Peter en Paul zijn 3e en 4e. De laatste 2 renners uit de kopgroep hebben ze niet kunnen achterhalen. Ach, morgen weer een dag. Nu nog even bijtrainen.

Dit was hoe ik de Social van Bescano heb meegemaakt. Dinsdag 17 februari was er weer een trainingskoers, dit keer in Mollet. Zelf heb ik niet meegedaan, maar Swabo heeft weer van zich doen spreken. De aanwezige Swabisten legden overmacht aan vooral Franse eliteploegen het vuur flink aan de schenen. Waaiers werden getrokken. Swabo was met 3 man in de eerste vertegenwoordigd. Ook Paul zat er bij. Samen sloopten ze de Fransozen. Resultaat: Peter van Dijk (hier beter bekend als Van Dick) winnaar, Ronald Meijer 3e, Frank Niewold 5e. Swabo zal hier in het noorden van Catalonïe niet gauw vergeten worden. Als hier volgend jaar weer een trainingskamp volgt zal de daver goed op het lijf zitten, als de blauw-witte truitjes aan de start staan. En terecht. Ook het Nederlandse elitepeloton mag zijn borst natmaken komende maanden.
Swabo, veel succes daar in het hoge noorden!

Foto’s van beide koersen zijn te zien op Diegoweb.



Studentenhuis
16 februari 2009

Sinds kort ben ik student af. Ik woon momenteel met een tiental wielrenners met leeftijden variërend tussen 18 en 25 jaar in één huis. Dat betekent een keuken die vol staat met kilo’s pasta, vlees, groente, brood, sportdrank, yoghurt, bananen en ander fruit. Bovendien is er een heleboel beleg meegenomen uit Nederland. Hier in Spanje kun je immers geen hagelslag, pindakaas en appelstroop kopen, wielrennersvoer bij uitstek. En dan is er nog de ontbijtkoek. De complete voorraad van de Albert Heijn uit Lisse staat hier midden in de keuken te wachten om verorberd te worden. Hele hompen worden besmeerd met Becel Light, of nog beter, appelstroop. Koolhydraten stapelen heet dat.
De meeste bewoners van dit huis doen thuis in Nederland enige vorm van studie, variërend van een echte diehard bètastudie aan de TU in Delft, tot een cursus aan de “The Hague University”. Toch wordt er in de 2 weken dat we hier wonen nog geen minuut gestudeerd. In plaats daarvan wordt hier in de omgeving van Girona slechts gefietst. 4, 5, 6 uur per dag. Na de training wordt nog even de fiets gepoetst en verder is het zo veel mogelijk met de benen omhoog zitten, om het herstel te bevorderen. Vervolgens wordt er rond een uur of acht in de avond een bak pasta geserveerd waarmee de gemiddelde hongersnood gehalveerd kan worden, waarna langzaam maar zeker steeds meer afgepeigerde renners hun bed opzoeken. Slapen is immers de beste manier om te herstellen. Welkom op een Swabo-trainingskamp.

Waar thuis mijn moeder en zusjes er nog voor zorgen dat de boel een beetje leefbaar is, is het hier soms een huishouden zoals Jan Steen ze schilderde. Een aantal renners dragen meer dan hun steentje bij aan het op orde houden van het huis. Van een enkeling vraag ik me met de minuut meer af of ze wel in staat zijn om hun eigen reet af te vegen. Niets wordt door hen na gebruik opgeruimd. Ook niet echt prettig zijn de sanitaire voorzieningen, die kun je van een afstand ruiken en om ze te betreden is het gebruik van een gasmasker sterk aan te raden. Het heeft soms meer weg van een zwijnenstal dan van een vakantiehuis. Kortom, het lijkt wel een studentenhuis. Toch bijzonder dat ik kort na het afronden van mijn studie voor het eerst in een huis leef dat hier wat van weg heeft.

Maar nu, na 2 weken, staat het huis nog altijd recht overeind. Ik kijk eerlijk gezegd alweer een beetje uit naar volgend jaar.



Dagdroom
31 januari 2009

Ik staar uit het raam. Het lijkt wel alsof het ijs in de sloot achter ons huis dikker wordt terwijl ik er naar kijk. Vele Nederlanders beginnen weer te dromen van een Elfstedentocht. Geen wonder, met die aanhoudende kou. De laagstaande zon werpt een lange schaduw over het fietspad aan de overkant van de sloot. Dan fietst mijn vader mijn gezichtsveld binnen. Dit jaar is hij ingeloot voor de tocht der tochten. Het kan hem niet koud genoeg zijn.

Mijn gedachten dwalen af. Naar Spanje, naar de Asturias. Op dit moment heeft Construcciones Paulino een eerste gezamenlijke trainingsweekend. Vandaag staat er een duurtraining van 215km op het programma, onder andere over de Alto de Maravio. Dat schijnt een zware klim te zijn. Ik haal mijn schouders op. Zegt me niets. Mijn hoogtemeters van vandaag beperkten zich tot een enkele dijk, tijdens een training van 5,5u door de Nederlandse polders. Belangrijkste tegenstander was de kou. Voor mij geen dromen van stempeltjes in Franeker, het bruggetje bij Bartlehiem, of de finishlijn op de Bonkefeart. Geef mij maar Spaanse warmte. Morgen mogen mijn toekomstige ploeggenoten 165km rijden. Ik moet nog een paar dagen geduld hebben, maar deze week reis ik eindelijk af naar het zonnige zuiden. Waar het amper moeite kost om de kilometers weg te malen. Het aftellen is begonnen.
Het wordt een ommezwaai in mijn leven. Nu nog bij mijn ouders thuis, straks op eigen benen. Nu nog “voltijd” student en deeltijd wielrenner, straks voltijd wielrenner. Nu nog de stress om mij heen van de drukke Randstad en haar inwoners die altijd haast hebben, straks leven in de rust van het zorgeloze Spaanse “mañana, mañana” cultuur.
Zo vlak voor mijn vertrek waardeer ik plots de charmes van ons Nederland een stuk meer. Tijdens de training van vandaag kwamen we veelvuldig molens tegen, mooi belicht door een winters zonnetje. IJs in de polderslootjes, hier en daar nog een restje sneeuw. Trainende renners die zich formeren tot waaier, zichzelf beschermend, en gezamenlijk vechtend, tegen de straffe oostenwind. Veel Hollandser dan dat krijg je het niet.
Maar voor molens hoef ik niet in Nederland te blijven. In Spanje zijn “molinas” zat. Hele rijen windmolens op de kammen van bergen, watermolens in snelstromende bergbeken, zelfs molens om tegen ten strijde te trekken, zoals Don Quichot indertijd deed.

Steeds dieper verzinkend in gedachten vraag ik mij af wat ik ga missen. Of ik iets ga missen straks. Vermoedelijk ga ik helemaal niets missen, daarvoor ben ik toch veel te druk bezig met het leiden van een zorgeloos bestaan.
“Triiiiiiiiiiing” Ik schrik op uit mijn dagdroom. De bel kondigt de eerste gasten voor mijn afscheidsfeest aan. Woensdag vertrek ik richting Spanje, mooie tijden tegemoet.



Het Beest
21 januari 2009

In het bergachtige noorden van Spanje ligt het Koninkrijk van de Asturias. Een mooi gebied om met de fiets te rijden. Niet voor niets komt Olympisch Kampioen Samuel Sanchez hier vandaan. Bergop behoort hij tot de beteren van het peloton. Bergaf is hij de beste. Met afstand. Zeker als de wegen nat zijn. Geen concurrent die het in zijn hoofd haalt bergaf zijn wiel te willen houden. Nou ja, misschien een enkeling, die levensmoe is.
Samuel Sanchez leerde zo met de fiets rijden in de bergen rondom Oviedo. Vanuit de hoofdstad van de Asturias kun je vele kanten op, maar het gaat hoe dan ook bergop. Mooie klimmen, lelijke klimmen, korte klimmen, lange klimmen, geleidelijke klimmen, steile klimmen, egale klimmen en grillige klimmen. Maar er is één klim die zich niet zo gemakkelijk laat omschrijven. Die renners over de hele wereld angst inboezemt. Zijn bijnaam: het Beest van de Asturias. El Angliru. Coureurs die niet zo makkelijk bergop rijden klagen steen en been als het doodlopende geitenpad in het parcours van de Vuelta a España opgenomen wordt. David Millar arriveerde er, in de Ronde van Spanje in 2002, op de top, trok zijn rugnummers van zijn shirt, en legde ze een halve meter voor de finish op de grond. Als protest tegen dergelijke onmenselijke aankomsten bergop. Dit was nota bene in de tijd dat David Millar nog met ongeoorloofde hulpmiddelen in zijn lichaam rondreed. Het was direct zijn laatste actie in die wedstrijd, hij werd door de jury uit koers gehaald.
Louter grote namen sieren de erelijst van El Angliru. Wijlen José Maria Jiménez, Gilberto Simoni, Roberto Heras en Alberto Contador. Stuk voor stuk bergop absolute wereldtop, de besten van hun generatie. Logisch, Het Beest liegt niet. Alleen de beste wint. Met 6,5 km achtereen stijgingspercentages ruim boven de 10%, en pieken ruim boven 20% hebben renners alle tijd om de concurrentie uit het wiel te rijden. Of, voor de overgrote meerderheid, om uit het wiel gereden te worden. Spektakel gegarandeerd. Voor wielersupporters een bedevaartsoord. Dit tot vreugde van de mindere goden. Als ze niet meer fatsoenlijk kunnen fietsen, worden ze verder omhoog geduwd.

Eind februari vertrek ik richting Oviedo. Mijn nieuwe ploeg, Construcciones Paulino, is daar gevestigd. Ik kom in een huis terecht met een Chileen en een Galiciër. Het Asturiaanse gebergte wordt mijn trainingsgebied. In navolging op de Olympisch Kampioen ga ik mij bekwamen in het klimmen en dalen. Benieuwd naar mijn grenzen, en moe van de Hollandse polders en de wind. Waaierklassiekers heb je in Spanje ook. Af en toe, niet iedere week. Klimmen moet ik, en door heel Spanje Vuelta's, rittenkoersen rijden. De reden: ik ben benieuwd naar de grenzen van mijn fysieke en mentale capaciteiten. Ik doe dit in ieder geval niet als voorbereiding op de volgende Olympische Spelen. Die zijn vlak, in Londen. Niets voor mij, ik word klimmer.
Maar of ik vaak zal gaan trainen op El Angliru? Ik weet het niet, eerlijk gezegd boezemt Het Beest van de Asturias mij een beetje angst in…