Vuelta a Navarra
1 juni 2010

De wind waaide hard, toen we in de week voorafgaand aan de Vuelta a Navarra enkele etappes verkenden. Soms zelfs heel hard. Tijdens het trainen af en toe erg vervelend, aan het eind van een zware training met harde tegenwind terug naar huis fietsen is verre van prettig. Maar ondertussen hoopte ik dat het flink zou blijven waaien tijdens de Vuelta. Dan zouden naast de bergen die in het parcours waren opgenomen, ook de open vlakke stukken bepalend worden voor het koersverloop. Stroken die mij als Hollander goed liggen. Maar het mocht niet zo zijn, de wind was flink gaan liggen en ik zou het toch weer tegen de Spaanse vlieggewichten op moeten nemen op hún terrein, bergop.
De eerste 2 etappes ging dat niet slecht. Ik maakte wel mijn moeilijke momenten mee, moest enkele keren zelfs lossen, maar wist me telkens terug te vechten tot in het peloton. Tijdens de ritten heb ik, zoals ik eigenlijk altijd doe, verschillende keren geprobeerd in de één of andere ontsnapping terecht te komen. Soms lukte dat eventjes, in de 2e etappe leek het er zelfs even op dat we een heuse waaier op touw zetten, maar uiteindelijk draaiden al mijn pogingen op niets uit.
De derde etappe waaide het weer iets harder, maar was het terrein niet geschikt voor waaiers. In de lastige finale met enkele pittige klimmen die kort op elkaar volgden moest ik passen, waardoor ik met 8 minuten achterstand Estella binnenreed en El Puy beklom, dezelfde aankomst als in profkoers GP Miguel Indurain.

Balen dus, kansen verkeken op een goede klassering in het algemeen klassement. Dan maar aanvallen. Zaterdag wachtte ons de koninginnenrit, 7 beklimmingen in 135km. Een rit die mogelijk veel renners angst inboezemde. Nog een reden om vanaf de start ten aanval te trekken. De avond voor de rit kondigde ik mijn plannen aan, die in goede aarde vielen bij de ploeg.
Dus, zo gezegd, zo gedaan. Vanaf de start de knuppel in het hoenderhok gegooid en al in de eerste 10 kilometer weggereden met een man of 12. Op de klimmen reed ik vooral tussen de wielen, in de afdalingen en op het vlakke deed ik mijn werk, in de hoop weg te blijven. De eerste helft van de koers lukte dat, daarna werden we helaas door het nerveuze peloton weer ingerekend. Alleen Pool Karol Domagalski, één van de grootste renners van het peloton, bokste nog solo tegen de wind in, bezig de bergtrui binnen te halen. Voor mij was het op Etxauri, de zwaarste klim van de dag, gebeurd. In een groep van geloste renners reed ik redelijk rustig aan naar de finish.

Laatste dag. Opnieuw aanvallen! Vanaf het begin van de rit was het onrustig en de ploeg van de nieuwe leider probeerde alle aanvallen te neutraliseren. Ik mengde me volop in de strijd en meerdere malen zat ik in een groep die een kleine voorsprong pakte, maar net zo vaak werd die groep weer ingerekend. Na mijn laatste poging reed opnieuw een groep weg, waar dit maal Kader naartoe sprong. Met 1 man vertegenwoordigd in de vlucht wachtte ons een rustige dag. Tot de Alto de Zuarrarrate werden de kilometers rustig volgemaakt, maar eenmaal aan de voet van de klim was het oorlog. Caja Rural reed in blok de ploeg van de leider in de vernieling en kopman Victor de la Parte (tijdens deze Vuelta door mij Van Der Parte gedoopt) reed weg uit het peloton, op zoek naar de vluchters.
In de afdaling plots chaos. Een grote valpartij in een bocht naar links. Met kunst en vliegwerk bleef ik recht. Toen de hartslag eenmaal weer een beetje gezakt was waren we alweer aan het eind van de afdaling, met nog zo’n 25km voor de wielen. Daarin ging niets meer fout. De vlucht bleef weg en het peloton spurtte in Pamplona niet meer voor de dagoverwinning. Nadat ik als 32e over de finish was gebold hoorde ik 2 nieuwtjes. Victor Van der Parte had in extremis, met 3 seconden, de Vuelta gewonnen. En Kader was in de afdaling gevallen, in dezelfde bocht als het peloton. Hij was met fiets en al over de heg gelanceerd, waardoor ik hem in de chaos niet opgemerkt had. Tot in Pamplona dacht ik dat Kader een goede kans had op de dagoverwinning, maar uiteindelijk kwam hij met een kwartier achterstand, een vies shirt en een dikke duim aan de finish. Jammer.

Inmiddels zijn er 2 dagen voorbijgegaan. De pijn is al aardig verdwenen uit de benen en ook de vermoeidheid valt alweer reuze mee. Morgen pak ik de training alweer wat serieuzer op, zaterdag is het terug koers. In Sabiñanigo, aan de voet van de Pyreneeën. En dan maar zien of de Vuelta een goede vorm opgeleverd heeft.



Vooravond
26 mei 2010

Trouwe bezoekers hebben lang moeten wachten, maar eindelijk is het weer zover. Een update. Waarom zo lang inactief? Vele redenen. Hoewel de wedstrijden zeker niet allemaal slecht gingen, waren de resultaten niet om over naar huis te schrijven. Dus dat deed ik ook maar niet. Verder andere dingen aan mijn hoofd. Mijn ouders en 2 van mijn zussen zijn mij begin mei op komen zoeken, een periode waarin ik een soort van vakantie genomen heb, en die ik benut heb om Asturias en mijn vriendin Ana op te zoeken. Bovendien ben ik bezig met uitzoeken wat er allemaal geregeld moet worden voor komend jaar, vanaf september wil ik mijn studie weer oppikken. Een geologische master aan de Universiteit van Oviedo wil ik gaan volgen. Daar gaat ook de nodige tijd in zitten.

Wat de koersen betreft, het was erg wisselvallig, met één terugkomende factor: het ontbreken van een goed resultaat. In Beasain reed ik een wereldkoers, maar na meer dan 100km in de aanval geweest te zijn werd ik uiteindelijk in de finale ingerekend door een nog vrij omvangrijk peloton. In Peralta de dag ervoor ook al lange tijd in de aanval, maar toen er uit die groep 4 man wegreden om voor de overwinning te gaan strijden, was bij mij het lampje net uitgegaan. Andere koersen gingen minder, soms omdat er gewerkt moest worden voor Paul, die aan de leiding staat in het Euskaldunklassement, soms omdat de benen gewoon niet wilden. Vaak was ik wel in de aanval tijdens de koers, maar nooit haalde de vlucht het tot het eind.
Behalve in de periode dat mijn ouders er waren, heb ik tijdens de afgelopen periode wel hard getraind. Er staat namelijk een belangrijke afspraak op de kalender, de Vuelta a Navarra. Deze mooie, zware koers, die door onze eigen provincie gaat, duurt 5 dagen, van 26 tot 30 mei. De eerste meerdaagse sinds ons avontuur in Algerije. En tegelijkertijd ook de belangrijkste wedstrijd van het jaar voor onze ploeg. Na een aantal pittige trainingen afgelopen week, en daarna een paar rustige dagen voelen benen goed. Het wordt een zware maar mooie koers. Ik heb er zin in. Nog één nachtje slapen en dan mijn best doen eindelijk weer eens een goed resultaat neer te zetten. De ploegleider heeft het als extra motivatie toegezegd dat hij vanaf Burgos naar Santiago de Compostela gaat lopen als ik een etappe win. Niet makkelijk, wel mogelijk.



Cancellara
10 april 2010

Inmiddels zijn alweer twee weken verstreken sinds de laatste etappe van de Grand Prix Internacional D’Alger. Het criterium in de straten van hoofdstad Algiers, dat ik winnend afsloot, was tot op heden mijn laatste wapenfeit. In Memorial Valenciaga ben ik twee dagen later nog wel opgestapt, maar na 5 km heb ik er de brui aan gegeven. Het was niet de doorwaakte nacht (als gevolg van de reis) die me nekte, maar de pijnlijke enkel, waarvan ik de laatste twee dagen in Algerije ook al last had. Maar ik loop op de feiten vooruit.

Algerije is een chaotisch land met hele vriendelijke mensen. Men was vereerd dat wij Europeanen aan hun wielerronde deelnamen. Tegelijkertijd was men bezorgd dat ons niets zou overkomen. Dat resulteerde erin dat we in Azur Plage, het park waar we de hele week verbleven, goed verzorgd werden, maar dat het voor ons vrijwel onmogelijk was ergens anders heen te gaan. De dag voor de koers trainden de Europese ploegen onder politiebegeleiding, onder andere op de nabijgelegen snelweg. Verplaatsingen tussen het park en start en finish van de etappes werden ook onder toezicht gedaan. Als het dichtbij was met de fiets, langere verplaatsingen in een bus met de lokale Fernando Alonso aan het stuur die de gekste toeren uithaalde in de colonne. Met het oog op de chaos was de aanwezigheid van politie maar beter ook. Auto’s halen in Algerije links in, of rechts, net waar ze ruimte zien. Stoplichten zijn nog niet uitgevonden. In het verkeer is het ieder voor zich en Allah voor ons allen.
Tijdens de openingsceremonie maakten we kennis met Algerijnse dans en muziek. Prachtig! Tijdens de 2e rit maakten we nog maar eens kennis met het chaotische verkeer. Toen we na 20km met 4 man vertegenwoordigd waren in een ontsnapte groep stond in het eerstvolgende dorp naar 2 kanten file en werd onze weg versperd. We werden teruggepakt.
De Algerijnen maakten ook kennis met ons. Aanvallen, aanvallen, aanvallen. Sonatrach was een geduchte tegenstander, niet voor niets winnen zij bijna alle wedstrijden van de nationale kalender. Hadden zij de 1e dag de ploegentijdrit gewonnen, in de eerste serieuze etappe waren ze niet tegen ons opgewassen. Paul Kneppers won na een mooie solo de rit en pakte de leiding. Met Miguel en Paulés kort daarachter kwamen we ook aan de leiding in het ploegenklassement.
Dit betekende wel dat we plots verdedigend moesten gaan rijden. Dat was nieuw. De eerste dag deden we het met verve. De tweede dag kostte het al heel wat meer moeite en dat had de tegenstand door. Het regende aanvallen, maar uiteindelijk wist alleen een jonge Algerijn, die niet gevaarlijk was voor het klassement, weg te komen. Na een indrukwekkende solo van 20km won hij de rit met een handjevol seconden voorsprong op het sprintende peloton.

Laatste dag, een criterium zoals ik er in Nederland door de jaren heen zoveel gereden heb. Alleen deze keer in het centrum van hoofdstad Algiers. We begonnen controlerend, terwijl de aanvallen ons om de oren vlogen. Veelal demarrages van mindere goden, maar op de momenten dat we echt uit onze pijp moesten komen bleek het beste er bij de ploeg vanaf. Behalve bij mij. Ik had die laatste dag mijn beste dag. Ik bleef maar gaan. Toen rond halfkoers de nummer 2 uit het klassement aanviel sprong ik op zijn wiel. Daar zat ik een halve ronde af te zien, toen plots de bolletjestrui (die om de schouders hing van de Franse nr. 3 uit het klassement) langs me heen schoot. Ik keek achterom, zag op 50m een gele trui en daarachter een lege weg. Paul in moeilijkheden! Ik liet me afzakken en met Paul aan mijn wiel reed ik het gat naar de aanvallers dicht. Toen ze merkten dat we aangesloten waren lieten ze hun poging tot wat die was en even later was ook het verbrokkelde peloton weer in staat terug te komen.
De aanval is de beste verdediging! Met dat in mijn achterhoofd viel ik op 10 ronden van het einde zelf maar eens aan. Ik kreeg een sterke jongen van Sonatrach mee en samen reden we gauw een mooie voorsprong bij elkaar. Nu was het aan de Fransen om te werken. Even dacht ik dat we weg zouden blijven, maar net toen ik begon te bedenken hoe ik uit deze situatie als winnaar uit de bus moest gaan komen kreeg mijn vluchtmakker vanaf de kant te horen dat hij zijn benen stil moest houden. Dat deed ik vervolgens ook en we werden teruggepakt.
Terug in het peloton volgden zenuwachtige momenten. Er werd heel veel aangevallen, de chaos was groot. Maar de Telco-trein kwam weer op de rails te staan en we snelden georganiseerd voort richting laatste ronde.
In een uiterste poging probeerden de Fransen de bolletjestrui nog eens te lanceren, maar ik had hed gauw door en sprong op zijn wiel. Als 2e van het peloton reed ik de laatste kilometer in. Plots flitse door mijn hoofd: Nu of nooit! Ik viel aan en even twijfelde het peloton. Ik pakte een voorsprong toen de jacht georganiseerd werd. Ik vloog de laatste bocht door. Nog 600 meter! Nog één keer alles geven! Elke keer dat ik omkeek was het peloton weer wat dichter genaderd, maar de finish kwam ook gauw dichterbij. Nu waren ze achter me volle bak aan het sprinten, maar te laat, het zou voor de tweede plek zijn. Ik bereikte de meet met 10 meter voorsprong, gooide mijn armen in de lucht en schreeuwde. SCHREEUWDE. JAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA!!!!!!!!
Mijn ploeggenoten vergeleken me met Cancellara. En ze waren blij. Heel blij. Net als ik. Na succesvol verdedigen van Pauls gele trui en het ploegenklassement, na urenlang werken, sleuren aan kop van het peloton, was het nu mijn beurt om op het podium toegejuicht te worden. De ontlading was enorm. Een heerlijke kers op een geweldige taart.
Inmiddels zijn er 2 weken voorbij gegaan. Een periode waarin de pijn in mijn enkel (die ik in die laatste kilometer flink geforceerd had) weer verdwenen is. Waarin mijn lieve vriendin Ana me op kwam zoeken. Waarin Cancellara de Ronde van Vlaanderen op indrukwekkende wijze won, wat mij deed beseffen dat de vergelijking van mijn ploeggenoten voorlopig mank gaat. Een periode waarin ik een verkoudheid heb opgelopen. En waarin ik vooralsnog mijn website niet had bijgewerkt. Nu is het eindelijk zover. We staan alweer klaar voor de volgende koersen. Vandaag in Peralta, morgen in Beasain. De verkoudheid lijkt op zijn eind te lopen en de benen voelden sterk tijdens de trainingen. Het zou mooi zijn als we ook op Spaanse bodem successen kunnen boeken. 2 mooie kansen wachten ons. Tijd om te knallen!



Nieuw
9 maart 2010

Een nieuw seizoen, een nieuwe ploeg. Dat betekent een hoop vernieuwingen. Nieuwe ploeggenoten, nieuwe kleding, nieuwe fiets en een nieuwe omgeving. Prinsdom Asturias heb ik verruild voor Reyno de Navarra, Koninkrijk Navarra. Een prachtig, gevarieerd gebied, waarin vele verschillende landschappen verenigd zijn. Van de Pyreneeën in het noorden, met zijn beboste flanken, tot de kale droge Bardenas Reales woestijn in het zuiden, Navarra heeft een hoop te bieden. Navarra is niet alleen geografisch in tweeën gedeeld, ook wat de mensen betreft kun je een tweedeling maken. In het dorre, vlakke zuiden wonen de Spanjaarden, terwijl het groene, bergachtige noorden is Baskisch grondgebied is. In hoofdstad Pamplona komen de twee samen. Bepaalde wijken worden sterk overheerst door één van beide volkeren. In de smalle straatjes van het oude centrum hangen overal Baskische vlaggen en verzamelen de, enigszins onverzorgde, linkse Basken zich op straat. Ten zuiden van het centrum liggen parken en brede lanen en nieuwbouwflats waar de wat bekakte rechtse Spanjaarden met dure kleren en netjes gekamde haren het straatbeeld bepalen.

Mijn uitvalsbasis is dit jaar een groot huis in Urdaitz, een klein dorpje zo’n 15km ten noorden van Pamplona, in de uitlopers van de Pyreneeën. Samen met de andere niet-Spanjaarden in de ploeg begin ik van hieruit mijn urenlange trainingen door de vele verschillende landschappen die Navarra rijk is. Soms zullen we zelfs een grensoverschrijdende training naar Frankrijk inlassen, met een paar mooie klimmen erin.
Voor mij zijn de wedstrijden dit seizoen ook grotendeels nieuw. De ploeg heeft een uitgebreide kalender met veel koersen in het wielergekke Baskenland en hier in Navarra. Het weer is niet altijd even goed, maar vele trouwe toeschouwers doorstaan de ontberingen om de wielrenners op de flanken te zien strijden en te zien lijden. Dat maakt voor de renners het afzien wat dragelijker, want afzien zullen we! De renners zijn erg aanvallend ingesteld in deze contreien en vallen vol temperament aan, ook als er nog meer dan 100km te koersen zijn. En dat gaat zo door tot de finish overschreden is.
Vele koersen, vele nieuwe kansen om me te profileren. Ik ben gemotiveerd om me hier in het Baskenland van mijn beste kant te laten zien, aanvallend! Samen met ploeggenoot Paul Kneppers en concurrent Peter van Dijk ga ik dit jaar de Nederlandse eer hoog houden. We zijn met weinig, maar wel 3 sterke mannen.

De eerste koersen zitten er alweer op. Het gaat er allemaal erg anders aan toe dan vorig jaar bij mijn oude ploeg. Voor mijn gevoel is het een grote verbetering! De resultaten waren nog niet denderend, een 47e plaats in de Gran Premio de Ayuntamiento de Camargo is vooralsnog mijn beste resultaat. Maar het seizoen is nog lang, komende zondag is er alweer een nieuwe kans, een thuiswedstrijd in Navarra, met start en finish in Villatuerta. En daarna staat de eerste meerdaagse alweer voor de deur!

Het enige dat nog wat vernieuwing nodig heeft is mijn website, dat is er in deze drukke periode wat bij ingeschoten. Maar ook die zal ik binnenkort in het nieuw steken!



Ik rust
10 februari 2010

Door het open raam komen de geluiden van het boerenland binnendrijven. Een bel om de nek van een grazende koe tingelt. De koe loeit en overstemd daarmee de fluitende vogeltjes. Het dorp Sardalla is een oase van rust. Zeker nu. Ik lig in een warm heerlijk bad en mijn ogen vallen bijna dicht. Met de minuut worden mijn benen sterker.

Ik ben terug in de Asturias, mijn thuis tijdens het afgelopen wielerseizoen. Het groene paradijs aan de noordkust van Spanje. Ik train hier hard voor het seizoen dat komen gaat. Nog een week of 3 tot de eerste koers. Als er geen gekke dingen gebeuren zal ik er wel staan. Klaar om te knallen.
Afgelopen week was het lekker weer. Alle dagen droog en de meeste dagen zon. Dat wil nog wel eens anders zijn hier, daarom is Asturias ook zo groen. Maar nu was het aangenaam, dus ideaal om nog eens aan het duurvermogen te werken. Dat is goed gelukt! Meer dan 30 uur zat ik op de fiets. Grotendeels rustig aan, maar bergop heb ik af en toe wat op de adem getrapt. Met de dag ging het moeizamer, vooral de explosiviteit verdween. De laatste training gaf aan dat het lichaam het wel mooi vond geweest. De kleinste heuveltjes deden al pijn aan de poten, terwijl de snelheid naar verontrustende diepten zakte. Hoog tijd dus voor rust.

En nu lig ik hier in bad. Keihard te rusten. Te verbeteren. Dat is het mooie van trainen, het lichaam verbetert niet zozeer tijdens de inspanning, maar veel meer tijdens de rust erna. Stapel je training op dan kun je daarna gedurende langere tijd rusten. Er komt een weeromslag aan. Met bakken tegelijk gaat de neerslag naar beneden komen. Ik ben er klaar voor. Klaar om te rusten. Klaar om te verbeteren.
Nog 3 weken tot het seizoen, er staan nog een hoop trainingen op het programma. Trainingen waarvan ik gesloopt thuis ga komen, me afvragend waarom ik in hemelsnaam ooit wielrenner geworden ben. Om de dag die erop volgt opnieuw de fiets te pakken voor een slopende training.
Maar nu even niet. Ik lig in bad en dommel langzaam weg. Ik rust. Ik verbeter.